“Kinderen mogen niet de dupe worden van de problemen van hun ouders”

Grootegast Voedselbank

Het streven van het Diner der Dankbaarheid

GROOTEGAST/ZUIDHORN/MARUM – Het succes van het Diner der Verleiding wat de Streekkrant twee jaar geleden organiseerde, smaakt naar meer. Dit jaar kozen we voor het Diner der Dankbaarheid, speciaal om die mensen die we dankbaar zijn in het zonnetje te zetten. Maar naast het opzetten van dit Diner, kan er meer! Omdat iedereen in de problemen kan komen en dus eigenlijk iedereen dankbaar mag zijn wanneer dat niet zo is, zetten we ons samen met onze adverteerders in voor de kinderen wiens ouders afhankelijk zijn van de voedselbank. Het doel: genoeg geld ophalen, zodat zij allemaal met Kerst een extraatje kunnen krijgen.

Ietwat verrast zijn ze: depothouder Pop Poelman en bestuurslid Jan Oomkes van de Voedselbank Westerkwartier. De actie rondom het Diner der Dankbaarheid heeft de heren overrompeld, maar is zeker niet minder welkom. De Voedselbank Westerkwartier is er voor inwoners uit de gemeente Grootegast, Zuidhorn en Marum. Wekelijks halen ongeveer 75 gezinnen er een pakket op met een waarde van ongeveer vijftig euro. Voor gezinnen die leven van 2,75 euro per persoon per dag, waar ze overigens niet alleen van moeten eten maar ook onder andere kleding en vervoer van moeten betalen, een noodzakelijk gegeven om het nog enigszins te redden in het leven.

Kinderen mogen
niet de dupe worden
“Juist in deze Kerstperiode is het mooi om de kinderen wat extra’s te kunnen geven”, vindt Oomkes. “Het is iets wat we hoog in het vaandel hebben staan”, vult Poelman hem aan, doelend op extra aandacht voor de kinderen. “Kinderen mogen niet de dupe worden van de problemen van hun ouders.” Daarom ook, kunnen kinderen die jarig zijn sinds kort een verjaardagspakket krijgen. Poelman haalt er een doos bij. Op de buitenkant staat voor wie het bestemd is; in dit geval een meisje van vijf. Binnenin vindt men niet alleen leuke cadeautjes, maar ook een cakemix, slagroom “want op een verjaardagscake hoort slagroom”, een traktatie voor op school, slingers en ballonnen en ook chocolaatjes om aan opa’s en oma’s die op visite komen bij de koffie te geven. De voedselbank kan deze pakketten gratis bestellen bij een organisatie in Amersfoort die zich hiervoor inzet. “Het pakket is voortgekomen uit het feit van veel kinderen ziek werden gemeld. Dat is nu erg goed opgelost. En we willen hier heel consequent in zijn”, vertelt Oomkes. “Dus we weten alle geboortedata en zorgen dat de pakketten op tijd klaar staan.”

Consequent zijn ze sowieso in aandacht voor de kinderen. Ook met Sinterklaas ligt er voor alle 81 kinderen onder de 16 jaar een cadeautje klaar. “We krijgen wel eens speelgoed van de winkels hier in de buurt wat over is en dat bewaren we het hele jaar hiervoor.” Voor baby’s is er speciale aandacht, zelfs als ze nog veilig in moeders buik vertoeven. “Zwanger zijn is heel mooi, maar als je vanuit armoede zwanger wordt, is dat een heel ander verhaal. Gelukkig kunnen we deze moeders een startpakket bieden.” Ook hiervan laat Poelman een voorbeeld zien. “Het is niet allemaal nieuw”, vertelt hij, “maar de beginselen zitten erin.” En dat varieert van kleertjes tot een fotoboekje voor baby’s eerste lachje.
Iedereen kan in
de problemen komen
De heren benadrukken dat echt iedereen in de situatie kan verkeren dat hij afhankelijk is van de voedselbank. “In het begin dacht ik dat ik hier mensen uit de onderkant van de samenleving zou vinden”, vertelt Oomkes die dit jaar bestuurslid werd. “Maar door de hele maatschappij heen komen mensen in de problemen. Denk maar aan een willekeurig gezin: man en vrouw beide met een baan en twee kinderen van 12 en 8. De vrouw verliest haar baan, de man raakt zijn baan kwijt. De lease-auto moet weg, er zijn veel minder inkomsten maar alle clubjes van de kinderen draaien wel door.”

Schaamte is een lastig begrip. “Op een bepaald moment ben je de schaamte wel voorbij”, zegt Poelman nuchter. “Tuurlijk, wie hier voor het eerst komt, heeft daar wel last van, maar ze zien al snel: ik ben niet de enige.” De maatschappij echter, kan keihard zijn. “Vergeet niet, de meest basale vraag die we elkaar stellen is: ‘wat doe jij?’” vindt Oomkes. “We vragen eigenlijk nooit naar elkaars hobby of talent. En dan is het heel moeilijk te zeggen dat je problemen hebt en werkloos bent. Mensen die financiële moeilijkheden hebben, komen al snel in een sociaal isolement.” Daarom zet de voedselbank Westerkwartier zich ook in voor een stukje bewustwording richting de maatschappij. “Scholen komen hier op bezoek en dan laten we zien wat hier gebeurt. Het is heel belangrijk dat ook kinderen weten hoe hard onze hulp nodig is. En dat niemand zich daarvoor hoeft te schamen. Ik zal je vertellen, er was eens een moeder die haar pasjes voor ’t Kledinghuuske in Surhuisterveen kwam inleveren. Ik vroeg haar: nou, ben je uit de problemen, heb je het niet meer nodig? Maar dit bleek niet het geval. Ze deed het op verzoek van haar kinderen, want die werden zo gepest op school.” “Ja”, verzucht Oomkes, “kinderen kunnen echt heel hard zijn naar elkaar”. “Daarom”, vervolgt Poelman, “is het heel goed dat we richting scholen toe openstaan. Ik vertel een schoolklas altijd dat één op de negen kinderen thuis geen warme maaltijd krijgt. Kijk dan nog maar eens goed om je heen.”
Tegengaan van voedselverspilling
Bijkomend voordeel van de scholenbezoekjes zijn de acties die soms spontaan ontstaan. Want het streven elke week, waar landelijk eens in de veertien dagen normaal is, een pakket aan te bieden met minimaal vier warme maaltijden en aandacht voor de schijf van vijf, is een zware. “Onze vrijwilligers zijn de hele week onderweg en onderhouden contact met de winkels. We hebben inmiddels onze vaste adressen: van de Coop tot de Jumbo en de Albert Heijn. De ervaring is: hoe vaker we er komen, hoe beter het contact en hoe meer voedsel er beschikbaar is. En dan kom je er achter hoeveel voedsel er eigenlijk verspild wordt.” Waarop Oomkes vervolgt: “dat is een belangrijk tweede doel van de voedselbank, het tegengaan van de verspilling. In Nederland wordt ongelooflijk veel eten weggegooid.” De heren vertellen over een centraal depot in Rotterdam waar de Duitse bedrijven gebruik van maken, aangezien zij niet met lokale voedselbanken mogen samenwerken. Hier kan de lokale voedselbank een basispakket bestellen voor 0,50 euro met daarin acht producten. Dit bedrag dekt puur de transportkosten. Slechts 20% van alles in dit depot komt ten goede aan de voedselbanken. Nog eens 80% gaat naar de bio-industrie, zo gigantisch veel is er over.
Met het doel heel nadrukkelijk aandacht te besteden aan de schijf van vijf, heeft de Voedselbank Westerkwartier zichzelf een moeilijke taak opgelegd. “Dit betekent dat er dus zeker niet alleen blikvoedsel in de pakketten zit. En verse groente blijft het lastigst om aan te komen.” Dat er in één pakket minimaal vier warme maaltijden zitten, klinkt indrukwekkend, maar wordt makkelijk genuanceerd: “een week heeft zeven dagen, dus dan zijn er nog altijd drie warme maaltijden te gaan.”

Vrijwilligers zijn goud waard
Rond de honderd vrijwilligers helpen de Voedselbank Westerkwartier met depot en uitgiftepunt in Grootegast en uitgiftepunten in Zuidhorn en Marum, draaiende te houden. Zij houden zich bezig met taken van promotie tot transport en kantoorwerkzaamheden. Ook het bestuur bestaat uit alleen maar vrijwilligers. “Niemand krijgt betaald”, benadrukt Oomkes. “Ik vind het heel bijzonder om te zien hoe gemotiveerd alle vrijwilligers zijn. Het is heel fijn te werken met een groep mensen waarin iedereen aanpakt en niemand werk voor een ander laat liggen.” Beide heren benadrukken dat ze van tevoren niet konden inschatten wat hun werk voor de Voedselbank Westerkwartier écht zou inhouden. “Je weet niet waar je aan begint”, aldus Poelman. “Hier ben je niet voor jezelf bezig. Maar als ik zie hoe blij mensen vaak weggaan; dat is geweldig. En dat is waar je het samen voor doet.” Samen houdt in naast het bestuur en depothouder Poelman die te zien is als een soort bedrijfsleider nog eens 27 personen in een vaste kern die van daaruit weer werkgroepen aansturen. “’t Is eigenlijk een heel bedrijf.” “Maar elke dag loop ik hier met verbazing rond,” vult Oomkes aan, “hoe vanzelfsprekend en op basis van vertrouwen alles gaat. Juist daarom ook is de combinatie van deze actie met het Diner der Dankbaarheid een hele mooie. Het Diner wat eigenlijk bedoeld is voor al die mensen die we dankbaar zijn; de vrijwilligers en mantelzorgers die zoveel doen en waardoor wij speciaal voor de kinderen wat extra’s kunnen doen.”

Nog even de actie in het kort: de adverteerders van de Streekkrant worden benaderd deze speciale actie te ondersteunen. Voor iedere deelnemer wordt er 25 euro in een speciale pot gestopt. Daarnaast ondersteunen ook zowel de gemeente Grootegast als de gemeente Zuidhorn de actie. Het streven is minimaal 2000 euro op te halen zodat alle 81 kinderen een mooi cadeau kunnen krijgen. De cheque met het uiteindelijke bedrag wordt gepresenteerd op het Diner der Dankbaarheid op 11 december in Hotel Aduard.