“Kloosterburen hoort qua niveau tussen vierde en vijfde klasse”

Ron Bolt Kloosterburen

Degradatie voor Kloosterburen niet nieuw

KLOOSTERBUREN – Na een verblijf van twee seizoen in de vierde klasse is Kloosterburen weer afgedaald naar de vijfde klasse. Niets nieuws onder de zon voor het kleine dorpsclubje. Het is wel vaker gebeurd in de clubhistorie. Voorzitter Ron Bolt kan erover meepraten.
Bolt viert tijdens het interview zijn vakantie in het Hunzedal. VV Kloosterburen zit ook in een dal. Bolt ziet het duidelijk anders. “Ik heb zelf 25 jaar in het eerste gespeeld”, zegt de huidige voorzitter, die drie jaar geleden gestopt is (zijn broer Hans is leider, red.) . “Ik heb de vierde klasse ook meegemaakt, dat was in de jaren tachtig. Het eerste jaar werden we derde, het tweede seizoen degradeerden we. Wat dat betreft is er niet veel veranderd. Een klein dorpsclubje als Kloosterburen hoort qua niveau  tussen de vierde en vijfde klasse. Vorig seizoen was het wel zonde. Voor de winterstop was er niks aan de hand. Na de winterstop ging het nog vier wedstrijden goed. ‘Bedum’ was de ommekeer. We verloren tegen de verhouding in. Toen zakte het in. We hadden niet een echte afmaker”, luidt de verklaring.  In de vijfde klasse mag Kloosterburen het opnieuw proberen. “De selectie is vrijwel intact gebleven. Laatste man Arjan van der Klei is gestopt. Er zijn jongens bijgekomen van het tweede elftal. We bouwen aan een nieuw elftal”. Een prognose dan. “We mikken op de bovenste zes plaatsen. Wat de tegenstanders in de vijfde klasse D betreft, het voetbalniveau is minder, het is meer werklust. Bij Kloosterburen is het net andersom, dat wordt een beetje aanpassen. De degradatie is jammer, maar ik zie het positief. De jongens die er nu staan gaan Kloosterburen vertegenwoordigen”, weet Bolt zeker. Ook dit seizoen staat Willem Pettinga voor de groep. Het wordt alweer zijn achtste seizoen. Ook zijn voorganger, Gerrit Bosgraaf, was lange tijd trainer van de zwart-witten. “Je moet bij Kloosterburen passen. De cultuur van presteren en gezelligheid. En vooral het met elkaar doen”. Dat blijkt helemaal uit de hoofdsponsor, de ‘Kloosterboeren’, de verenigde vijftig agrariërs, die niet alleen uit Kloosterburen komen, maar wel sympathie hebben voor de vereniging, waarbij net als bij de boeren saamhorigheid groot is. “Zo’n hoofdsponsor, daar is menig eerste klasser jaloers op”. Aan de Westerklooster is het goed vertoeven. Of om met de woorden van de preses te spreken: “Het glas is bij ons niet half leeg, maar meestal helemaal leeg”.  Ze lusten wel een biertje in het gezellige Kloosterburen.  Degradatie of niet.