Kloostermuseum Aduard laatste halte van culturele voettocht

ADUARD – Tjerk Ridder, theatermaker, muzikant en schrijver, heeft op zijn culturele reis door Europa langs het ‘Martinus-pad’ op 20 augustus Aduard bereikt. Op zijn 1,5 jaar durende voettocht, samen met ezel Lodewijk, reist hij van Parijs, via culturele hoofdstad Leeuwarden naar Groningen. Daar hoopt hij op 23 augustus aan te komen. Hij heeft samen met zijn ezel overnacht in de tuin van het museum. Na een ‘kloosterontbijt’ zijn Tjerk en Lodewijk op weg gegaan naar hun eindbestemming. Het Kloostermuseum in Aduard is als één van de culturele parels van de provincie Groningen uiteraard niet zomaar gekozen als laatste tussenstation. Het museum is het centrum van informatie over het grootste Cisterciënzer klooster van Noordwest Europa dat van 1192 tot 1594 nauw verbonden is met de geschiedenis van Groningen en van het dorp Aduard in het bijzonder. Elk jaar wordt door een (wissel-) expositie telkens een ander thema van het bewogen verleden uitgediept en gepresenteerd aan vele duizenden bezoekers, van jong tot oud. Net als Tjerk en Lodewijk genieten zij van de gastvrijheid van het museum en van de vele onderwerpen uit cultuur en geschiedenis.

Dit jaar is het thema ‘Van graanschuur tot tichelwerk’, over de voorwerken (buitenplaatsen) van het klooster van Aduard. Het klooster van Aduard had een grondbezit van 6.000 ha. Hierop werden boerderijen, steenbakkerijen en turfwinningen gevestigd die voorwerken werden genoemd. De tentoonstelling en een film geven een beeld van het leven en werken op deze voorwerken. Een bijzonderheid is de expositie van werken van hedendaagse kunstenaars van de Groninger kunstkring De Ploeg, geïnspireerd door het werk De Steentil van Johan Dijkstra.

De bewoners van de voorwerken waren lekenbroeders die de grond bewerkten, het vee verzorgden, turf staken en miljoenen stenen (kloostermoppen) hebben gebakken. Ook werd onderwijs verzorgd. Er waren ook voorwerken waar turf werd gegraven en stenen werden geproduceerd. Overproductie leidde ertoe dat producten konden worden verkocht. Het stadshuis aan de Munnikeholm in Groningen werd daardoor een belangrijk handelscentrum voor het klooster.

Bij de tentoonstelling is een boekje verschenen, dat extra informatie geeft over de voorwerken van het klooster van Aduard. Met de tentoonstelling, de film en het boekje wil het kloostermuseum meer bekendheid geven aan de voorwerken, die hebben bijgedragen aan de rijkdom van het klooster en aan de ontwikkeling in onze regio van de landbouw, steenbakkerijen en onderwijs. Nog steeds zijn sporen in het landschap te vinden die wijzen op het bestaan van deze voormalige voorwerken; een voorbeeld daarvan zijn de namen Aduarder Voorwerk en Fransumer Voorwerk.