Kwestie OZB: College teruggefloten door raad

Burgemeester Cor Dijkstra van Grootegast

Verrassende wending tijdens raadsvergadering Grootegast

GROOTEGAST – Burgemeester Kor Dijkstra voorspelde het al aan het begin van de avond: “Dit wordt een bijzondere raadsvergadering.” Of de beste man voorspellende gaven heeft blijft even in het midden, maar gelijk kreeg hij wel. Onderwerp: de OZB. Of beter: moet die belasting nou omhoog of niet? Na wat getouwtrek werd de verhoging van tafel geveegd.

In het eerste gedeelte van de vergadering, waarin de raad vragen over de begroting aan het college stelde, werden er door elke aanwezige partij vragen gesteld over de onroerendezaakbelasting (OZB). Het CDA, de ChristenUnie en de PvdA gaven in een amendement aan het niet eens te zijn met de voorgestelde verhoging van de OZB. Het college had een stijging voorgesteld van 10 procent voor woningen en 5 procent voor overige panden. De fracties gaven aan deze stijging omlaag te willen halen naar 8 procent voor woningen en 4 procent voor overige panden. ‘ Bij de vaststelling van de Meerjarenraming 2016-2018 is uitgegaan van een jaarlijkse verhoging van het OZB-tarief voor woningen van tien procent en voor bedrijfspanden van vijf procent. Het geraamde begrotingsoverschot 2016 maakt het echter mogelijk om de OZB-stijging beneden de percentages te houden. Daarbij rechtvaardigen ook de positieve saldi van de Meerjarenraming 2017-2019 een bijstelling naar beneden van de OZB’, zo lieten de heren Westra (CDA), Apoll (CU) en mevrouw Eeken-Hermans weten.  VZ2000, Groen Links en de VVD wilden daarentegen helemaal geen extra verhoging doorvoeren en ten gevolge daarvan de inkomsten uit de OZB-heffing naar beneden bijstellen. Het college heeft beide voorstellen over de OZB ontraad. Dijkstra noemde het zelfs symboolpolitiek: “De burger denkt dat 10 procent heel erg veel is, maar in werkelijkheid is het maar 5 euro extra.”

Het thema OZB komt altijd weer voorbij als het gaat om de begroting van een gemeente, zeker als gemeentes minder ruim bij kas komen te zitten.  Logisch ook, want deze belasting beslaat zo’n acht procent van de totale gemeentelijke inkomsten per jaar. Elke gemeente heeft bovendien de vrijheid de tarieven zo hoog  te maken als zij wil, al liggen er wel afspraken met de VNG wat betreft een maximale stijging: de zogenaamde macronorm. Als er bezuinigd moet worden, neigen veel gemeentes naar een verhoging van deze belasting.  Dat is in principe de meest eenvoudige oplossing om meer inkomsten te genereren. Daarmee tref je echter de inwoners van je gemeente. Het al dan niet verhogen van de OZB-tarieven wisselt per gemeente. In Zuidhorn bijvoorbeeld, steeg de belasting wél met twee procent.

De vergadering werd vervolgens geschorst en de fracties gingen met elkaar in overleg. Na ongeveer een kwartier kwamen alle fracties terug in de raadzaal met een nieuw amendement. Één amendement zelfs, die door alle fracties uit de raad ondertekend was. Het besluit van de raad was als volgt: ‘De voorgelegde Programmabegroting 2016 als volgt te wijzigen: geen extra verhoging van 10 procent voor woningen en 5 procent voor overige panden door te voeren en ten gevolge daarvan de inkomsten van de OZB-heffing naar beneden bij te stellen’. Een unaniem besluit, waar zelf Dijkstra even van schrok: “Jullie zijn al sinds 1851 het hoogte bestuursorgaan in de gemeente, en aangezien het een unaniem besluit is, kan ik niks anders doen dan de motie aannemen.” Waarop een klap met de hamer volgde. “Is het toch geen symboolpolitiek, hé?”, werd er gegrapt vanuit de partijen. “Dit is zeker een uitkomst die ik niet had verwacht”, aldus Dijkstra.