Maria’s Mooie Mensen 11”16

Een verbouwing is iets waar je vrij gedisciplineerd voor moet zijn. Helemaal als je veel zelf wilt doen. Er is een doel, dat is alleen vrij lastig te bereiken en gaat veel tijd vragen, maar als je je daarover heen kunt zetten en telkens blijft motiveren dat uiteindelijke doel te halen, dán is er niks aan de hand. Een verbouwing is daarnaast ook nog eens hét excuus heel veel andere dingen te laten. Vooral de opruimwerkzaamheden komen in huize Wijnands op een zeer laag pitje als er weer volop wordt geklust. Je verzandt anders al snel in het verschuiven van spullen die nog geen plek hebben tot de verbouwing verder vordert en dat is niet iets waar je vrolijk van wordt. Dus jarenlang beperkten we ons tot de ruimtes die klaar waren; deze waren schoon, zover mogelijk afgerond en zoveel mogelijk opgeruimd. Pas nu onze verbouwing écht lijkt te vorderen en we denk ik zelfs wel van een eindfase mogen spreken, is de opruimwoede, waarschijnlijk ook wel ietwat onder invloed van mijn zwangerschapshormonen, pas écht aangewakkerd. Opeens moeten losse eindjes hun bestemming vinden, zijn half lege kasten me een doorn in het oog en zou ik het liefst ook nog de hele zolder netjes maken. Tijdgebrek maakt dat we toch ook nu weer kritisch moeten zijn in welke klusjes we wel en niet aanpakken en dus was het opruimen van de babykamer, of tenminste wat dan ooit babykamer moet worden, prioriteit nummer één. Deze ruimte was alweer jaren een perfecte plek om alles wat we niet direct nodig hadden een mooi plekje te geven. En dus vonden wij daar onder andere een set eetkamerstoelen, dankzij de katten niet heel toonbaar meer, oude fitnessapparatuur en veel spullen van Olivia van wandelwagen tot aan bakken vol kleren. Opruimen ging verrassend makkelijk. Marktplaats bleek een dankbare plek voor alle toonbare zaken, de stort voor de meeste andere spullen. Alleen de bakken vol kleren waren even een zorg. Dit leek me hét moment om dan ook eens de kledingkast uit te mesten. Al snel vond ik mezelf terug tussen de stapels ‘wel bruikbare kleding die terug de kast in mag’, ‘meer dan drie jaar niet aangeraakte kleding die er netjes uitziet en dus kan worden weggeven’ en ‘kleding om echt weg te gooien’. Daarnaast nog een stapel oud ondergoed: wat moet je daar nou weer mee? Ten eerste vroeg ik me sterk af waarom onderbroeken van zeker tien jaar oud eigenlijk al die tijd bewaard waren gebleven, maar goed dat is dus het leed dat verbouwen heet. Ten tweede: waar moet het heen? De container leek mij de enige oplossing. Blij dumpte ik de hele lading los in dat grijze bakbeest. Ik dacht er niet meer aan, zelfs niet toen manlief de dag erna meldde dat hij de bak aan de weg moest zetten, omdat deze gescheurd was en opgehaald zou worden. Pas toen had ik de tegenwoordigheid van geest hem te vragen wat er dan met alle afval wat daarin zat zou gebeuren. Had hij dat er allemaal uit moeten halen voor die nieuwe bak? Maar nee, de gemeentemedewerkers waren zo vriendelijk de bak voor één keer handmatig te legen in zo’n kleine afvalauto. En toen begon ik te zweten. Eén blik uit het raam leerde me dat inderdaad die hele lading ondergoed aan de heren voorbijkwam. Met luid getoeter en een vriendelijke zwaai vertrokken ze weer. En nog altijd als ik buiten ben en ze langs rijden, kan ik daarop rekenen. ‘Oeh mama! Toet!’ roept dochterlief dan blij. ‘Jaaaaa’, zucht ik dan, ‘die blijven nog wel even toeteren liefje’.