Maria’s Mooie Mensen 14”16

Het ‘grote broertje’ van de Streekkrant, de Krant, bestaat dit jaar alweer vijftien jaar. Een mooi jubileum wat niet per se heel bijzonder is, maar wel eentje waar we maar wat trots op zijn. Een geschiedenis van vijftien jaar is eentje die al niet meer uit te vlakken is en eentje waarin heel wat hoogte- en dieptepunten voorbijkwamen. Het waren andere tijden nog toen, toen mijn ouders de stap waagden deze krant te beginnen en zelf was ik nog maar een puber. Mijn moeder was toen nog een meer dan gedreven verslaggeefster met de gave ook altijd bijzondere personen aan te trekken. Ze had ook lef: pikte zo uitgeprocedeerde asielzoekers op bij de bushalte die zich vertwijfeld afvroegen waar ze heen moesten nu ze zo buiten het hek waren gezet. Dat zijn verhalen die iedereen van het eerste uur zijn bijgebleven. Wat mijzelf heel erg is bijgebleven is het verhaal van Wesley en zijn ouders. Een jongetje van een jaar of vier wat heel erg ziek was. Ongeneeslijk ziek zelfs. De ouders van Wesley hadden al heel wat voor de kiezen gekregen. Al eerder een dochter die overleden was en nu dus kleine Wesley die al overduidelijk moest lijden. Zij hadden maar één wens voor hun jongen: een vogelnestschommel. Zo’n grote schommel waar hij op kon liggen, toen nog totaal onbekend, tegenwoordig in bijna elke nieuwe speeltuin te vinden. Voor het kleine kereltje die toch maar weinig echt plezier kon maken, zou dit een uitkomst zijn. Voor de ouders een manier om hem toch nog zoveel mogelijk geluk mee te geven in de tijd die hun nog samen restte. Er was alleen één ding: zo’n schommel kostte een aardige duit en dat geld hadden ze niet. Zij zochten een weldoener, of een aantal weldoeners en gelukkig konden wij als krant daarin veel betekenen. Sociaal als ze waren, hoefde de schommel ook nog eens echt niet in hun eigen tuin te komen, nee, deze kreeg een prachtig plekje op de kinderboerderij zodat niet alleen Wesley, maar ook anderen ervan konden genieten. Vorig jaar nog toen het weer nog lang goed bleef, heeft mijn eigen dochter nog flink genoten. Misschien zal ik haar ooit wel eens het echte verhaal achter de schommel vertellen. Ik zie nog de foto voor me die we destijds voorop plaatsten: stralende ouders met naast hun de weldoener en een tevreden Wesley op de destijds gloednieuwe schommel. Zoals verwacht sloeg het noodlot later keihard toe en was er van die stralende gezichten niks meer over. De begrafenis van Wesley was zo’n moment waarop de tijd in het hele dorp even volledig leek stil te staan. Zelf was ik er niet bij, maar mijn collega wel en we hebben er zelfs foto’s gemaakt. Nooit vergeet ik hét beeld van die begrafenis wat ongetwijfeld iedereen in zijn geheugen gegrift is: de vader van Wesley die zelf het kleine kistje onder de arm nam en naar binnen tilde. Op zijn gezicht een verdriet zo groot dat we er allemaal wel in konden verdrinken. Dát moment is misschien wel hét moment geweest wat de Krant het beste verwoordde. Dichtbij, tussen en van de mensen en echt en puur. Weergeven wat leeft onder de mensen en dat was op dat moment alleen maar puur verdriet en puur medeleven.