Maria’s Mooie Mensen 30”16

Nou daar gingen we weer: op naar het consultatiebureau. Vakkundig had ik de dames buiten de deur weten te houden. Aangezien mijn dochters vijf weken te vroeg waren geboren, liepen ze ook al voor controle in het ziekenhuis en ik wilde niet blijven slepen met de meisjes. Wonder boven wonder ging het bij ons niet zo geliefde bureau mee in ons voorstel het eerste bezoekje wat uit te stellen en dus genoten we van een eerste periode zonder elke vier weken te moeten opdraven. Maar goed, aan alles komt een eind, ook de consultatiebureau-vrije-periode en onlangs moesten manlief en ik eraan geloven. Manlief was al tijden niet meer mee geweest. De ergernis van de eerste bezoekjes met onze oudste dochter was zo groot dat we besloten dat ik beter alleen kon gaan. Ik ging immer heen op standje ‘ik-doe-net-of-ik-gek-ben’ en liet alles mooi langs me heen gaan. Verbazen deed ik me immer over commentaar wat ik kreeg, over ongevraagde adviezen en vooral over zo weinig inlevingsvermogen. Manlief had ik ditmaal ernstig toegesproken; ook hij moest het standje ‘ik-doe-net-of-ik-gek-ben’ aanzetten en niet de discussie opzoeken. Keurig hield hij zich aan de opdracht; vanaf het moment dat we voet over de drempel zetten, deed hij zijn mond niet meer open. De setting van dit bureau doet me telkens weer verbazen. Achter de computer een vrouw al op leeftijd die zich nu al die drie jaren dat wij er komen nog nooit wist te redden met het apparaat. Hoewel haar functie op dit bureau zou doen vermoeden dat ze van kinderen houdt, geeft ze daar altijd maar bar weinig blijk van. Laat staan dat ze jonge kinderen of ouders op hun gemak stelt. Vol ijver begon ze de boekjes van mijn dochters in te vullen, iets wat ik altijd verzaak, maar wist meteen één van de namen verkeerd te schrijven om vervolgens in een heftige discussie met haar typex-pen te belanden. Achter de deuren zaten zowel de wijkverpleegkundige als de arts uit hun neus te vreten, maar uiteraard moesten we eerst tien minuten wachten voor we naar binnen werden geroepen. De kille begroeting van eerder maakte ditmaal plaats voor een enthousiaste bestorming van mijn twee meisjes. Al eerder heb ik gemerkt dat het op de wereld zetten van een tweeling je opeens heel veel punten oplevert, zo ook dus bij het bureau. Al handenwrijvend liep ze ons voor naar haar kantoor om vervolgens werkelijk waar een vragenvuur over ons uit te storten waar de honden geen brood van lusten. Vragen over de bevalling en de zwangerschap die beiden alweer ver achter ons liggen, of de meisjes eeneiig zijn, of ze ziek waren, wat er in het ziekenhuis met ze gebeurde toen ze daar lagen, hoe we ze uit elkaar houden, of we het niet veel te druk hebben, of onze oudste dochter er echt wel aan kan wennen. Het hield niet op en diende naar ons idee vooral ter vermaak gezien het commentaar tussendoor wat varieerde van ‘zo dan weet ik dat nou ook’ tot aan ‘nou dat had ik nou nooit gedacht’. Toen ze presteerde te vragen of ik kolossaal was geweest tijdens de zwangerschap vonden wij het wel mooi geweest: moeten er geen prikken in? Nog twee weken en dan mogen we weer. Vanzelfsprekend kijken we er weer naar uit. Afgelopen weekend kwam er in het tuincentrum een enthousiaste dame bij mijn tweelingwagen kijken. ‘Wat prachtig! Ik werk op het consultatiebureau. Waar ga je heen, want het lijkt me zó leuk jullie te treffen. Er is nog zoveel wat ik wil weten van een tweeling’. Ik heb maar leuk gelachen en ben doorgelopen.