Maria’s Mooie Mensen 32 ”16

Het is een nogal hip woord ineens: androgyn. Jongen, meisje, man of vrouw; wat maakt het allemaal uit. Gender neutraal is hét nieuwe statement om te maken en om je daarbij te helpen zijn er zowaar toiletten waar iedereen welkom is. Doet me denken aan die tijd dat ik als zestienjarige tijdens het uitgaan ook té nodig moest en dan vrolijk een wc bij de heren opzocht. Uiteraard wél samen met beste vriendin zoals je op die leeftijd alles samen doet. Mijn peuterdochter kijkt ook niet zo op geslacht. Hoewel ze volgens mij het woord ‘mevrouw’ prima kent, noemt ze toch bij voorkeur iedereen meneer. Klinkt erg mooi en beleefd als het ook werkelijk een man is tegen wie ze dit zegt, maar is wat knullig als ze dit ook vrolijk tegen vrouwen zegt. Ik als moeder heb al heel wat recht moeten praten sinds ze hardnekkig begon met deze gewoonte. ‘Waar loopt die meneer nou heen?’, als we in het dorp gepasseerd worden door een vrouw, ‘mama, wat gaat die meneer kopen?’ in de rij bij de kassa over de vrouw voor ons of ‘is die meneer aan het schoonmaken?’ over onze schoonmaakster. Overdadig hard leg ik haar dan maar weer uit dat niet iedereen een meneer is, dat er jongens en meisjes in de wereld zijn en dat jongens wel meneer heten, maar dat we meisjes mevrouw noemen. Ze wuift het verhaal immer weg met een blik van ‘het zal wel, maar ik zie alweer iets veel interessanters’ om negen van de tien keer over te gaan op een volledig ander onderwerp variërend van ‘mag ik tv kijken?’ tot aan ‘ik moet nog even één dingetje doen’. Kien ben ik eigenlijk altijd op het woordje meneer, maar heel soms, niet zelden onder invloed van een klein beetje slaapgebrek wat twee baby’s nou eenmaal met zich meebrengt, ontgaat het me even en ga ik er met boter en suiker in. Gezellig zaten dochterlief en ik voor de vakantie even samen te spelen op de peuterspeelzaal toen zij weer eens een vragenvuur op mij loste. Het was absoluut geen beste nacht geweest, dus ietwat duf liet ik de vragen op mij afkomen en deed mijn best een zo plausibel mogelijk antwoord te geven. In hoog tempo kwamen vragen als ‘waar is papa?’, ‘komt oma mij halen?’, ‘waarom niet?’, ‘wat heeft Lynn aan?’, ‘mag ik met de blokken spelen’ en opeens ‘wat doet die meneer daar?’ op mij af. Totaal niet getriggerd door hét woord, keek ik om me heen. ‘Welke meneer bedoel je lieverd?’ kaatste ik ook nog eens onnozel terug. ‘Die!’, klonk het en opnieuw had ik geen idee wie ze bedoelde. ‘Wie dan? Ik zie helemaal geen meneer’. ‘Jawel hoor’, kreeg mijn dochter de geest, ‘ik wijs hem wel even aan.’ Opeens viel het muntje, maar het was al te laat. Vlot dartelde ze van haar stoel naar uiteraard een dame. ‘Kijk mama’, riep ze door de ruimte, ‘deze meneer bedoel je toch?’. Ze lachte er breeduit bij, ik probeerde ondertussen of ik me verdekt op kon stellen onder een peutertafel wat niet mee bleek te vallen. De dame in kwestie keek me vernietigend aan. Ik besloot dat mijn ‘er-zijn-mevrouwen-en-meneeren-uitleg’ in dit geval geen goed meer zou doen. En aan de grijns van dochterlief te zien, meende ik te ontdekken dat ze eigenlijk heel goed weet hoe het in elkaar zit.