Maria’s Mooie Mensen 33 ”16

Onlangs zat ik aan de andere kant van de tafel en dat is raar. Een collega stelde voor een verhaal met mij te maken en dus in plaats van degene die de vragen stelt, was ik ineens degene die de antwoorden geeft. Onder de noemer ‘powervrouw’ was het aan mij – net bevallen van een tweeling, nog een peuter in huis en alweer werkend – het spits af te bijten van een serie vrouwen die ondernemen en moederschap combineren. Na wat wikken en wegen, want ‘wil ik wel met mijn kop in de krant, maar ik ben absoluut wel weer trots op wat wij doen’, zat ik daar dus aan die andere kant van de tafel. Ik meende de planning die dag goed op orde te hebben. Het idee was dat iedereen keurig gekleed en schoon met de buikjes allemaal vol op zijn plek zou zitten terwijl het huis nog netjes aan de kant was. Ik sprak dus af net na het ontbijt, zodat het spoor van speelgoed wat oudste dochterlief in de loop van een dag door het huis verzameld nog netjes in de kast zou liggen, de vlekken in kleren nog beperkt en mijn noeste dweilwerk nog zichtbaar zou zijn. En zoals dat dan gaat met twee baby’s en een peuter in huis liep het even anders. Oudste dochterlief deed een uitslaaprondje, het was te zielig haar wakker te maken, dus die had amper ontbijt op toen de deurbel ging. Haar zusjes hadden geen zin vaart te maken met hun flessen, spuugden en passant even over mijn dweilwerk heen en weigerden te boeren zodat ik met baby over mijn schouder en al de deur open moest doen. Net toen ik een stapel spuugdoeken aan de kant schoof en de flessen verwisselde voor cappucino, riep oudste dochterlief – die ik voor Peppa had geparkeerd waardoor ik dus het hele interview dat irritante geknor van de familie big hoorde – dat ze spinazie op haar sok had. Een raadsel hoe dat weer kon, maar ook weer een brandje te blussen. Al deze details had mijn collega, zoals het een goed journalist betaamd, uiteraard keurig opgemerkt en verwerkt in haar verhaal. Inclusief uiteraard  ook mijn trots op het bedrijf wat we hebben staan, ons gezin en hoe wij het samen redden alles te combineren. Maar ze was nog niet weg of begon mijn hoofd te malen. ‘Oh, dacht ik: we hebben het helemaal niet over het jubileum gehad’ en steeds weer nieuwe vragen als ‘hoe heeft het moederschap je verandert – veel!’ en ‘wat staat op één: werk of kinderen – in principe kinderen, maar soms moeten die wijken voor werk’ spookten door mijn hoofd. Hoewel ik er zelf een hekel aan heb als mensen dat doen, besloot ik haar toch een berichtje te sturen. ‘Komt het wel goed?’, appte ik haar. ‘Tuurlijk’ stuurde ze vastbesloten terug en inderdaad, even later rolde er een goed verhaal de mailbox in. Eén ding miste ik misschien nog wel en dat was het schrijven. Want uiteraard zijn er genoeg dingen die erbij in schieten tegenwoordig en moet ik keuzes maken en dus schrijf ik zelden meer. En daar waren wij het wel roerend over eens tijdens dat gesprek dat díe kant van de tafel, die kant dus waar zij zat en ik helaas veel te weinig meer, dat dát de mooiste plek is om te zitten. Het is de mooiste baan die er is en helaas kom ik daar voorlopig niet meer aan toe.