Maria’s Mooie Mensen 34 ”16

Het krijgen van kinderen is iets wat je leven volledig op zijn kop zet. Van tevoren droom je van al die leuke dingen die je met je kind gaat doen. Hoe je gezellig thuis wacht met een kop thee en een koekje als ze thuis van school komen, hoe je samen op pad zult gaan en hoe je hem of haar van alles zult leren. Hoe ze ‘mama’ of ‘papa’ gaan zeggen, je knuffelen, een kus geven en hoe je ze instopt voor het slapen gaan. Allemaal prachtig, maar een pasgeboren baby doet al die dingen nog niet. Die gaat nog niet naar school, gaat bij voorkeur niet te veel op pad en leert ook nog vrij weinig. Je kunt ermee knuffelen, zeker, en je kunt ze instoppen om te gaan slapen, heel vaak zelfs, want dat doen baby’s, als het goed is tenminste, vrij veel. Als je pech hebt, doen ze dat wat minder en omdat ze dat zelf ook weer vervelend vinden, begint het huilen. Laat ik vooropstellen dat ik gek op mijn kinderen ben. Ook als baby. Ze waren allemaal even prachtig met grote blauwe ogen en mooie ronde hoofdjes. Maar opnieuw heb ik me weer vergist. Nee, baby’s lachen niet direct, ze hoeven niet te spelen, ze willen eten, drinken, slapen en vooral bij je zijn. Wat een grote uitdaging is als je er twee tegelijk krijgt. De keren dat ik één van beide net rustig in de draagzak bij me had om die vervolgens weer om te wisselen voor de ander die zich meldde, zijn niet op één hand te tellen. Van het op en neer lopen naar boven kreeg ik zoveel spierpijn dat de meisjes hun wiegjes op het laatst amper zagen. ‘Oh, er huilt alweer eentje’, zei mijn tweeënhalf jarige dochter op het laatst veelbetekenend. Ja, het was opnieuw een pittige fase, die eerste tijd, met veel te weinig slaap, ontzettend veel babyspuug en nog veel meer luiers en flesjes. Anderen zeggen: voor je het weet zijn ze groot en stiekem denk je weleens: waren ze maar groot. Het waren dagen die van voeding naar voeding verliepen, de meisjes nog zo klein dat we allerlei trucjes uit de kast haalden om ze maar wakker te houden, dagen dat we ze elke ochtend wogen en dagen waarin er iets meer gehuild werd dan me lief was. Het was wel genieten om toen nog twee van de kleine mensjes tegelijk in je armen te houden, de momenten dat ze gewoon op de borst konden slapen en hoe ze met gemak samen in een box pasten. Maar persoonlijk vind ik het toch nog veel mooier te zien hoe ze ineens mens worden. Ineens is die eerste heftige tijd voorbij, er wordt amper gehuild in huis en we slapen weer. De meisjes kunnen lachen en hoe, en doen dat bij voorkeur zoveel mogelijk. Ze beginnen geluidjes te maken, dingen te pakken en te voelen met hun handjes en willen niks liever dan rechtop zijn. Ze kijken zelfs tv mee met hun grote zus en vinden dat prachtig. En ze zien elkaar. En lachen naar elkaar, hebben gesprekken samen en steken hun tong uit naar elkaar. En opeens lijken al die dromen van thuis wachten na schooltijd en samen leuke dingen doen, niet zo gek meer. We komen er wel, wij samen. En ineens is dat ene cliché toch precies hoe het is: voor je het weet zijn ze groot.