Maria’s Mooie Mensen 41 “16

Onze oudste dochter heeft niet veel wensen. Ze is dolblij als ze naar de peuterspeelzaal mag, speelt het liefst met haar beste vriendin of oma, of ach mama als er niemand anders is en patat of pizza doet haar net zo weinig als bloemkool of spinazie. Maar deze zomer wilde ze wel dolgraag naar de dierentuin. De dieren kent ze inmiddels allemaal inclusief bijbehorende geluiden en elke avond moest ik ‘Eddie naar de dierentuin’ voor haar lezen waarbij we telkens weer keken of wij onze mond ook zover open konden doen als een nijlpaard en of we dezelfde kunstjes konden doen als een aap – mama dus niet, Olivia zeker wel. We sloten altijd af met de vraag of we net zo lui konden zijn als een luipaard, waarop ik standaard meldde dat we dat maar eens uit moesten proberen in bed en dus ging ze, hop, zonder problemen haar bed in. Ideaal zo’n boek, maar het idee van die dierentuin liet haar dus niet los. We besloten naar Arnhem te gaan, naar Burger’s Zoo, zetten de wekker op standje zeer vroeg en het lukte ons zowaar inclusief treuzelende peuter en twee gevoede en schoon aangeklede baby’s en alle spullen die daarbij horen redelijk op tijd het park te bereiken. Als eerste, besloot dochterlief, gingen we naar de giraffes. Leek prima te doen op het kaartje, bleek een kleine tegenvaller in het echt. We verzeilden ergens in de bush, wisten er zowaar uit te komen, maar waren toch zeker een dikke twintig minuten onderweg, en dat zonder dieren te zien – hoe we het voor elkaar kregen mag Joost weten – toen we dan toch eindelijk een giraffe voorbij zagen komen. Heel leuk, maar opnieuw liepen we weer grote stukken zonder dieren voor we ergens een slapende leeuw achterin een hok konden ontwaren en de cheeta’s ernaast zelfs helemaal niet konden vinden. En weer volgde een forse wandeling. Het heuvelige park oogt prachtig, maar is een echte work-out met een tweelingwagen. Mama vond het al wel mooi geweest en toen we hadden gezien hoe de apen allemaal in hun binnenverblijf lagen te slapen, van gorilla tot aan chimpansee was er geen één die ook maar een ooglid optrok, was het eerst tijd voor een pauze. Ook daarna zat het ons niet echt mee, het was dan ook wel een hele warme dag en dus kozen de meeste dieren voor rust. We zagen beren die voor pampus hingen tegen een boom aan, een zeeleeuw die lag te slapen met zijn kont in het water en stokstaartjes die zich terugtrokken in hun holletjes. We besloten de bush maar weer op te zoeken, want daar stond een krokodil aangegeven en dat spreekt ook wel tot de verbeelding bij peuters. Het bleek een helse tocht. De bush was nog een halve echte bush, superleuk als je jong bent en goed ter been, een hele uitdaging als je een tweelingwandelwagen meehebt die over glibberige en krappe paadjes omhoog moet duwen. Als we alle pottekijkers die zich continu vergapen aan de wagen – och kijk, twee dezelfde kindjes – kwijt waren, was het opnieuw een beste work-out omhoog te komen en eindelijk die ene krokodil te vinden. Die besloot echter die dag zich amper te laten zien. Ietwat teleurgesteld wilde dochterlief wel naar de speeltuin, alleen moesten we eerst die bush weer uit zien te komen. Na een verkeerde afslag en een extra rondje langs de aquaria, stonden we nogmaals middenin die bush en werden we bijna wanhopig. Maar goed, we kwamen eruit. De speeltuin bleek vooral voor vier à vijfjarigen leuk wat betekende dat papa ook mee moest klimmen en van de glijbanen af moest gaan, maar ach, we waren een dagje uit. Deze week gingen we in de herkansing. Dochterlief was blij toen ze hoorde dat we naar de dierentuin gingen, “maar”, vroeg ze bezorgd, “is dat dan weer met die slapende apies?”