Maria’s Mooie Mensen 43 “16

Stilzitten? Met een peuter en twee baby’s thuis komt dat er alleen nog van bij het geven van de fles of het assisteren bij Olivia’s knutselwerken. Je zou denken dat door het vele traplopen – Georgia uit bed halen en naar beneden brengen, Rachel uit bed halen en naar beneden brengen, fles erin, oh, even schone kleren voor ze pakken dus trap op en neer, Olivia wordt wakker dus ook die uit bed en naar beneden halen, meisjes worden weer moe, die weer om en om naar boven brengen en dan is de dag nog maar een paar uur oud – de overtollige zwangerschapskilo’s als sneeuw voor de zon verdwijnen, maar volgens de weegschaal is dat toch een ander verhaal. Het is nou ook niet zo dat ik elke dag ladingen snoep naar binnen werk, want als je overdag het goede voorbeeld moet geven en als je ’s avonds als iedereen in bed ligt en dat zo blijft, te moe bent om überhaupt nog van de bank op te staan, kom je simpelweg niet aan snoepen toe. Het is niet dat ik er verschrikkelijk uitzie, helemaal niet gegeven het feit dat er gewoon twee baby’s in mijn buik hebben gezeten, maar ik weiger simpelweg te verzanden in telkens een paar kilo’s erbij, dus ooit, ja ooit, zal de weegschaal weer dat gewicht van voor mijn zwangerschap aangeven. Om mijn lijf toch nog een klein zetje in de goede richting te geven, heb ik besloten minimaal drie keer in de week in de benen te gaan. Zo simpel kan het zijn toch? Even een uurtje stevig wandelen en die kilo’s gaan er heus wel af. De meisjes kunnen lekker slapen in de wandelwagen en als iedereen maar de jassen aan heeft en goed ingepakt is en de regen ons een beetje spaart, kan niemand ons wat maken. Simpel gedacht, maar in de praktijk toch een ander verhaal. Het eerste stuk gaat altijd prima. We moeten eerst langs de weg lopen en de afspraken zijn helder: bij de weg moet Olivia ook op de wagen zitten. Mama kan dan direct flink aan de work-out, want een wandelwagen voortduwen met daarin twee baby’s van een half jaar en ook nog eens een bijna driejarige erop is al even lekker aanpoten. Maar ik hoef me geen illusies te maken van een strak lichaam, want zodra het kan meldt Olivia zich: ‘ik wil éraf!’ en is het tempo eruit. ‘Kijk mama, een slak, een blaadje, een eikel’ – bedenk het maar, maar alles wat op het pad kan liggen wordt gemeld en bekeken. Als er een tractor langs rijdt, moeten we even stilstaan, want dan moeten haar handen over haar oren; als er een fiets langs moet, moet ze even in de berm staan zwaaien en als er modder op het pad ligt, moet ze wel even controleren of ik daar niet met de banden van de wagen doorheen ga. Ze verzamelt blaadjes om doodleuk vlak voor we thuis zijn te zeggen: ‘ik vind ze toch niet zo mooi, ik gooi ze weg’ en ze bestudeert platgereden torren met de precisie van een afgestudeerd bioloog. Wanneer ze moe wordt, wil ze nog wel eens opgeven en haar plekje op de wagen weer even innemen. Op dat soort momenten tref ik meestal ook nog eens een ander geïnteresseerde wandelaar en kan ik eerst de gebruikelijke vragen van ‘goh, een tweeling’ tot aan ‘zijn het meisjes’ weer bij langs. En als ik dan eindelijk even lekker wil doorstappen, klinkt het van de wagen: ‘ik wil éraf!. Nou ja, we zijn in elk geval genoeg in de buitenlucht tegenwoordig.