Maria’s Mooie Mensen 46 “16

Ik denk dat ik het als moeder niet zo gek doe. Mijn kinderen ogen over het algemeen gezond, schoon en gelukkig. Ze zitten goed in de kleren, lachen veel en hebben overduidelijk wel wat over. Eten krijgen ze genoeg hier; of ze dat ook opeten is natuurlijk aan hun en soms ook niet, dan moeten ze het gewoon opeten. Er ligt hier speelgoed zat in huis, de kasten zijn meestal goed gevuld en de kleren schoon. Ik heb elke dag tijd voor mijn meisjes, probeer ze de volle aandacht te geven en ze van alles te leren. Samen doen we veel leuke dingen en soms ook helemaal niks. Er mag hier veel, maar onze puberpeuter staat ook wel eens in de hoek. Ook dat hoort bij een goede moeder zijn denk ik: grenzen aangeven en die ook houden. Wél ben ik van het principe ‘choose your battles’ en zo komt het regelmatig voor dat een tweejarige hier zelf bepaald wat ze aantrekt op een dag en ze dus iets anders de deur uitgaat dan ik voor ogen heb. Ook dat hoort bij het moederschap: ruimte geven, zodat ze zichzelf kunnen zijn. Afgaande op mijn peuter ben ik goed bezig. Regelmatig strooit ze met ‘jij bent een lieve mama’ of ‘ik heb je zóó gemist’ als ik weer terug uit het werk ben, gevolgd door een knuffel of een natte kus. Even waan je je in de wolken, maar helaas volgt ook regelmatig even te snel dan de zin ‘mag ik tv kijken?’ uit haar mond en weet je al: het had allemaal een doel en nu is het aan mij dat doel weer vakkundig uit haar hoofd te praten. Ja, dat moederschap zit vol valkuilen en uitdagingen, maar is vooral leuk en het voelt alsof ik het heel aardig doe. Maar als je dan een eeneiige tweeling op de wereld zet, komt er naast al die uitdagingen er nog één grote bij en dat is het uit elkaar houden van je eigen dochters. En dan wankelt mijn status. ‘Maar Maria’, hoorde ik afgelopen week, ‘jíj kan ze toch wel uit elkaar houden?’. Ehhmmm, tja. Meestal wel, maar niet altijd. Mijn dochters lijken echt sprekend op elkaar. Ze zijn oprecht als twee druppels water met slechts minieme verschillen in uiterlijk als 200 gram op de 8 kilo – verwaarloosbaar dus – en een kruintje wat net aan de andere kant zit. Eén van de meisjes heeft een moedervlek, maar dan wel in haar lies, dus als de nood aan de man is, kan ik ze altijd nog uitkleden. Bij tijden hebben ze echt een onbewust lijntje en zo vind ik ze regelmatig ’s ochtends terug in exact dezelfde houding in bed, wat het zeker niet makkelijker maakt. Hoe wij dan functioneren hier? Verdeel en heers, kunnen we wel zeggen. Ieder zijn eigen kleren, zijn eigen speen, zijn eigen kinderstoel. Zolang het systeem maar in stand gehouden wordt, redden we ons goed. Gelukkig is het karakter van de dames niet gelijk. Waar de één fanatiek door het leven gaat en zich nadat ze degene was die het laatste geboren werd overduidelijk heeft voorgenomen nooit weer door haar zus afgetroefd te worden, is de ander relaxed en rustig, kijkt van een afstandje vaak hoe haar zus alles uitvogelt en oefent om het later zelf zeer ontspannen zonder poeha ook te kunnen. Heel even hebben we inmiddels een nieuw herkenningspunt: onze fanatiekeling heeft een eerste tand. Maar een blik in het bekkie van de ander leert me al dat het maar even hosanna zal zijn, want je bent een eeneiige tweeling of niet en zo te zien volgt de volgende tand bij haar zus binnen een dag.