Maria’s Mooie Mensen – week 10

Grootegast voelt voor mij als een heerlijk ‘gewoon’ dorp. Niet negatief bedoeld, maar gewoon zo’n dorp waar je je ding doet, niemand zo nodig het hoogste woord hoeft te hebben en waar het leven en laten leven is. Een dorp waar brood bij de bakker wordt gekocht, de burgemeester tussen de middag thuis eet en men elkaar op straat nog gewoon groet. En in dit ‘hele gewone’ dorp wonen ‘gewone’ mensen, die werken, sporten en boodschappen doen; ze leven lekker, genieten van elkaar en houden van hun plekje. Dit is natuurlijk onzin, maar toch kan ik er niet bij dat er in dit voor mijn gevoel zo heerlijk ‘gewone’ dorp, een toch wel heel bijzonder mens woont. U en ik, wij komen haar misschien wel tegen bij de bakker en hebben haar misschien wel eens gegroet op straat, zonder te weten wat er schuil gaat achter die blonde lokken. Ik heb het over Nicolien de Kroon, wiens boek ‘Motherhood’ ik de afgelopen weken heb verslonden. Bij tijden heb ik wel eens de illusie dat ik iets goed doe voor de wereld, maar om heel eerlijk te zijn, ben ik al tevreden als mijn eigen familie gelukkig is en ik een praatje met de buurvrouw maak. Nicolien echter, stapte zonder blikken of blozen, keer op keer de vrachtwagen in richting oorlogsgebieden. Waar ik zelf al wel eens wegknipper op televisie, omdat ik de beelden niet kan zien, aanschouwde zij met eigen ogen jarenlang wat voor ellende oorlog teweeg brengt. Wie haar boek leest, reist mee door de jaren die achter haar liggen; de jaren voordat ze in het heerlijk ‘gewone’ Grootegast neerstreek; jaren waarin ze zich vol passie voor anderen inzet. Landen die de meesten van ons amper op de wereldkaart kunnen aanwijzen, en die we alleen kennen van vreselijke nieuwsberichten, werden door haar bezocht. En hoewel ze het prachtig beschrijft, kan ik me zelfs nu nog geen voorstelling maken hoe het moet zijn als je door een oorlog alles verliest wat je lief hebt, je weken of maanden in een enorm tentenkamp moet leven en het gevoel hebt dat niemand meer om je geeft. Wat moet het heerlijk geweest zijn voor al die kinderen die dan opeens deze lange blonde mevrouw zagen verschijnen met altijd weer haar vrachtwagens vol met bananendozen met daarin soms zo simpel een knuffel die het verschil kan maken. Ik lees hoe ze het kantoor van Gorbatsjov vult met goederen, hoe ze de slachtoffers van de Tsunami helpt en hoe ze de levensgevaarlijke grens tussen Gaza en Israël passeert. Als het boek dicht gaat en blijkt dat het verhaal ‘klaar’ is, heb ik ergens een katergevoel. Wie leest wat zij allemaal voor elkaar heeft gebokst, zal het met mij eens zijn, dat het jammer is dat haar Motherhood uiteindelijk ten onder moest gaan. Het geeft denk ik des te meer aan dat er nou eenmaal niet zoveel mensen uit het hout van Nicolien gesneden zijn. En dan denk ik weer aan het zo ‘gewone’ Grootegast en verwonder ik me dat zij juist daar haar toevlucht zocht. Maar misschien is het ook wel weer heel logisch, want wie zo bijzonder is geweest, verdient het ook wel eens lekker ‘gewoon’ te zijn.