Maria’s Mooie Mensen – week 16

Het is verrassend waar je oud-klasgenoten bij tijden tegenkomt. Afgelopen week sprak ik nog iemand die inmiddels het familie-hotel runt, een ander zie ik regelmatig als lid van Volksvermaken het dorp nieuw leven inblazen. Velen hoor je nooit weer wat van, net als dat zij andersom waarschijnlijk ook geen idee hebben wat ik tegenwoordig doe. Maar eentje verraste onlangs wel enorm en zal niet alleen mij zijn opgevallen. Manlief en ik hebben één zonde elke avond: wij kijken naar Utopia. Vol ongeloof echoot het altijd weer door het kantoor heen als we het opbiechten: ‘dat jullie dáár naar kijken’. En inderdaad, het is geen hoogstaande televisie, eigenlijk gebeurt er vrij tot zeer weinig en een Utopia zie ik al helemaal niet verrijzen, maar het is leuk vermaak en als je eenmaal bent begonnen met kijken, is het lastig jezelf ervan los te weken. Dus dochterlief aan de laatste voeding en gezellig de televisie aan. En zo kwam dus ook een oud-klasgenoot voorbij. Het duurde even voor het muntje viel, want Rienk was zo op zijn blote voeten en met een woeste haardos wat lastiger te herkennen, maar inderdaad, dat is toch echt die Rienk bij wie ik in de klas heb gezeten. Om heel eerlijk te zijn, heb ik nooit super veel contact met hem gehad en kan ik me hem ook helemaal niet zo aanwezig herinneren als dat hij nu op de televisie overkomt. Dat hij zijn leven een nogal andere draai heeft gegeven door te gaan zwerven, is een aparte gewaarwording. Iemand die destijds net als mij verzamelde bij het kerkje om met zijn allen naar school te fietsen en iemand die net als mij meestal ook niet vooraan liep met het hardlopen, blijkt nu niet net als mij in een huis te wonen, maar zwerft zelfverkozen op straat.  Wanneer wij moe thuiskomen van het werk, daarheen hebben gereden met de auto en de deur lekker achter ons dicht trekken, zoekt hij nog een plek om te slapen en is het maar de vraag of er een warme maaltijd in zit. Ik bewonder zijn principes, maar kan me niet indenken vrijwillig al mijn luxe op te geven. En hoewel de redelijkheid bij hem bij tijden wel ver te zoeken lijkt, is Rienk wel standvastig en één van de weinigen in het televisieprogramma die een duidelijk idee heeft bij de dingen die hij doet. Manlief en ik lachen regelmatig om zijn uitspraken, rechtlijnig en direct en daarom misschien wel eens bot en hebben hem eensgezind als ‘mooie kerel’ bestempeld. Arme Rienk zit gevangen tussen mede-bewoners die qua Utopia niet verder komen dan het idee een kapsalon te beginnen, armbandjes te fröbelen of een soort van uitvergroot huishouden te runnen. Zelfs zijn dappere poging het geld uit de kas te verbranden, schudt hun niet wakker, maar wekt alleen maar woede op. Inmiddels is al meer dan een kwart van het jaar om en hoewel er wel veel geklust is, zie ik nog geen Utopia verrijzen. ‘Een bedachte plaats waar alles goed en mooi is’, zoveel levert een rondje Google-en op als definitie. Lijkt mij niet een loods waar je woont met mensen die je nog maar net kent. Ik denk meer aan een paradijs in de zon met de mensen om me heen waar ik van hou. En Rienk? Ik vrees dat die na dit jaar gewoon weer de straat op zoekt; nog altijd uitkijkend naar het echte Utopia.