Maria’s Mooie Mensen – week 22

Voetbal, ik heb er maar weinig mee. En aangezien ook manlief niet bepaald een beste trap heeft en als klein jochie meer in de judozaal dan op het voetbalveld te vinden was, staat een goede pot voetbal niet heel hoog op ons televisie-wensenlijstje. Eens in de twee jaar moeten ook wij er weer aan geloven als het EK- of WK-geweld losbarst. We mogen dan misschien wars van de liefde voor het spelletje zelf zijn; we beschikken wel beide over een hoge mate van fanatisme als we ergens voor gaan. Net als velen in dit land, eigenen we ons meteen alle spelers toe. Als ‘we’ winnen, dan winnen ‘we’ ook echt en is het alsof we hoogstpersoonlijk die ballen in het net geschoten hebben. Dat we beiden zelden een bal in het net hebben geschoten, vergeten we voor het gemak even. Onze tijdelijke voetbalpassie wordt over het algemeen vooral aangewakkerd door maar één ding: de poule. Net als in de Streekkrant te vinden, circuleert er ook een poule door ons bedrijf heen. Een ieder legt tien euro in en met inmiddels een stuk of twintig deelnemers is het de moeite waard er met de pot vandoor te gaan. En hoewel ik als de poule weer te sprake komt, mezelf niet meer dan ‘pot-spekker’ noem, komt het geloof in mijn poule altijd vanzelf weer boven drijven. Want, zo port een collega het vuur altijd nog even op, ‘juist als je veel kennis hebt, kun je je nogal verkijken op wie er uiteindelijk wint’. Ja, juist die mensen die er minder idee bij hebben, als in: ik en manlief, die er totaal geen verstand van hebben, vullen zo’n poule onbevooroordeeld in, lees in ons geval: blind, en maken daardoor juist kans. Klinkt leuk en aannemelijk en daarom alleen al, kom ik na het nodige gemopper uiteindelijk toch met mijn lijstje aanzetten. Helaas gaat de theorie nooit op, vind ik mezelf iedere twee jaar weer voor de buis om de meest onmogelijke teams aan te moedigen die in mijn lijstje op winst staan en eindig ik meestal ergens in ver in de onderste regionen. Het leukste aan de poule is het begin, als de verschillen nog maar klein zijn en dus ook de grote kenners soms wat onderaan bungelen. Dán wil dom gokwerk nog wel lonen en lukt het nog wel eens iets hoger in de ranglijst te staan. Echt nat ga ik overigens met de strikvragen: de extra vragen die variëren van topscorer van het toernooi tot aan de eerste doelpuntenmaker van het Nederlands elftal. Vaak kies ik voor een Italiaan, want Italië is zo’n heerlijk vakantieland en dus gun ik het die Italianen wel, en kies ik daarnaast vaak voor de oudere spelers van het Nederlands elftal, aangezien dat de enige spelers zijn die ik nog ken. Het leukste aan de WK-weken zijn uiteindelijk de acties die overal spontaan opkomen. Doe mij maar een wuppie op mijn hoofd of een bureau vol andere oranje beesten. En dan moet ik onvermijdelijk denken aan Johan Arkema. Ik zie nog die boomlange kerel die poseert met de geluksvogeltjes die de keten weggaf. Waarom deze supermarkteigenaar nog nooit ontdekt is als de perfecte concurrent van de o-zo populaire supermarkteigenaar uit de Albert Heijn reclame is me een raadsel. Ik zie hem al helemaal zingend door die supermarkt gaan met die gulle lach en overal geluksvogeltjes om hem heen. Net zoals onze fotograaf terugkwam destijds van die fotosessie in Grijpskerk. “Ik heb een hele zak geluksvogeltjes mee!”, jubelde hij door de telefoon. Uiteraard is alles keurig opgeborgen om nu, twee jaar later weer tevoorschijn te worden gehaald. Kenners zeggen dat oranje weinig kans maakt. Aan mij zal het niet liggen.