Maria’s Mooie Mensen – week 28

Van de Ikea zijn manlief en ik niet vies. Lekker struinen, te goedkope gehaktballen eten, cola aangelengd met veel water voor de tweede keer gratis bijtappen en voor we weggaan nog een softijsje voor een euro; één keer in het jaar is het leuk. Maar een grote kinder- en babywinkel, dáár doe je ons geen plezier mee. Maar hoewel wij voor de geboorte van dochterlief riepen niet mee te doen aan die manie om van alles voor haar te kopen en ons huis te transformeren in een baby- en peuterparadijs, zijn er toch van die dingen die je nodig hebt en die je alleen in zo’n walgelijke enorme babywinkel kunt krijgen. Eerdere ervaringen waren ronduit slecht te noemen. Zo probeerde een kinderwagenverkoper ons continu een wagen aan te smeren welke manlief al na één blik als lelijk had bestempeld. Was al een minpuntje. Toen hij met een wagen genaamd ‘Buffalo’ aankwam, omdat ik ook niet bepaald een iel poppetje was volgens hem, was het einde oefening en vertrokken we met de wagen die we thuis al op het oog hadden. Een zwangere vrouw op haar omvang pakken, is dan ook niet zo handig. Toen ik thuis een donkerblauwe bak kreeg in plaats van de bestelde beige en de mevrouw aan de telefoon dat durfde te betwisten, had deze winkel voorgoed een kruisje achter zijn naam. In een andere brachten we ooit slechts drie uur door. En dat terwijl onze tactiek goed was: we stappen direct op iemand af, we zeggen: wij hebben een bedje nodig en smeer ons direct alles maar aan wat we daarbij nodig hebben, we betalen en gaan. Maar deze vrouw begon met een post-it boekje om te noteren, schreef vervolgens alles over op een bestellijst en ging het toen met één vinger zitten invoeren in de computer. Een zwangere vrouw drie uur door een winkel laten sjouwen is ook niet handig, dus u raadt het al: ook een kruisje achter deze winkel. Maar goed, we hadden een nieuwe autostoel nodig en na het nodige voorwerk via internet, wilden we deze bakbeesten ook wel even in het echt zien, dus stonden wij onlangs weer tussen de jengelende kinderen en zwangere vrouwen die allemaal daas dwaalden tussen tig soorten kinderwagens, nog meer varianten van baby-badjes en iets te voordelig ingerichte kinderkamers. Oftewel: adem diep in en stap naar binnen. We troffen het uiteraard, want het was druk en dus kwam niet die mevrouw die er verstand van had ons helpen bij de autostoeltjes, maar troffen wij de stagiaire die alle vragen van ons niet met zekerheid kon beantwoorden. Arm schaap. Ze trok lukraak stoeltjes uit het rek, vergat ze terug te zetten, zodat ik er met dochterlief in de wagen niet langs kon en deed nog wel een dappere poging te demonstreren hoe het stoeltje in de auto vastgezet moest worden. Dat zag er zo onhandig uit, dat wij ter plekke besloten dat dát stoeltje het maar niet moest worden. Bij haar vijfde antwoord dat zij opperde dat ze het misschien toch even na moest vragen, werden manlief en ik resoluut: ‘ga dat maar even doen’. We hebben haar nooit weer gezien. Zonder autostoel vertrokken wij uiteindelijk, terwijl we meelevend keken naar het stel waaromheen de verkoopster buiten drie grijze kinderwagens had verzameld om het verschil in kleur te zien. Grijs, grijs en grijs; de clou ontging ons. Dochterlief was inmiddels dolgelukkig met de voor haar aangeschafte apie. Het was dus geen middag vol verliezers. De grote winnaar was apie; die werd de rest van de dag overladen met knuffels.