Maria’s Mooie Mensen – week 38

“Beste Geert”, of nee,
“Lieve Geert,
Zondagavond, Boer-zoekt-Vrouw-avond. Manlief en ik zaten er weer helemaal klaar voor. En daar verscheen je zomaar als tweede boer; boer Geert. Jij zat niet op de trekker in een vieze overal, liep niet met je laarzen door de koeienstront, maar stond keurig in het net tussen de kleurrijke verse groenten en fruit. Als een echte heer verwelkomde je Yvon: ‘wat zie je er mooi uit’. Zelfs ik kreeg een blos op de wangen. Of beter: ik begon te glimmen. Want: ‘een aardbei moet glimmen, net als een vrouw, want dan is ze tevreden’, heb ik van jou geleerd. Fanatiek begonnen jullie vervolgens aardbeien te plukken. Yvon niet snel genoeg naar je zin, maar dat is natuurlijk ook geen wonder als je zoals jij volgens eigen zeggen, energie voor twee of zelfs drie hebt. Bij jouw favoriete klus, het snijden van de bloemkool, ging ze helemaal de mist in. Daar had jij geen last van, maar jij bent dan ook zoals je zelf zegt: een zeldzaamheid. En natuurlijk topfit, want we weten nu allemaal: ‘een bloemkool vers van het land, houdt de dokter aan de kant’. Dat ik niet zo van bloemkool en aardbeien houd, dáár vinden we wel wat op. Dat zo’n leuke man alleen is, daar begrijp ik helemaal niks van. Jij zelf eigenlijk ook niet. Yvon snapte het natuurlijk weer niet. Ze vraagt je ook nog hoe dat moet als die vrouw van je leven niet op jouw zit te wachten. Hoezo zit ze niet op jouw te wachten? We zitten allemaal op jou te wachten. Wíe wil er nou niet gezellig achter de bloemkool en aardbeien zitten met zo’n heer? Wie nog niet verliefd is – wíe in vredesnaam? – díe wordt het bovendien wel als ze je ziet, stel jij. Een man met zelfvertrouwen; ook dat is nog eens aantrekkelijk. Dat je vlug, snel en binnensmonds praat, kom ik wel overheen. Als ik je niet versta, lach ik wel gewoon lief. Afgelopen week zou ik je bellen. Gelukkig hebben we ook nog een krant die uitkomt in Mussel, Groot Groningen, en had ik een perfect excuus om je te spreken. Jij echter, had het helemaal gehad met al die telefoontjes. Ik kan het me voorstellen; er moeten ook weer aardbeien geplukt worden. Maar beste Geert, ik wil je toch laten weten dat de schoen nog ergens wringt. En nee, het is niet de leeftijd. Zoals je zelf al aangaf: jouw leven is nog niet voorbij en er kan nog een mooie tijd aankomen. Maar toen jij over jouw Mannie vertelde, hoe jullie een twee-eenheid waren, een team dat elkaar maar aan hoefde te kijken en elkaar begreep, toen keek ik nog eens opzij op de bank. Daar zat manlief en tja, hoe leuk ik je ook vond Geert, ik ken dat gevoel wat je beschreef. Dat gevoel van samen één zijn, geen woorden nodig te hebben, dát hebben manlief en ik ook. Jíj bent alweer zes jaar alleen; wij zijn nu zes jaar samen. En omdat ook wij voor die 37 jaar willen gaan, kunnen wíj niks worden Geert. Maar geloof mij maar, jij: vroege vogel, zeldzaamheid, Groninger, charmant en eerlijk; jíj vindt haar wel, die tweede grote liefde. Heel veel geluk toegewenst, beste Geert.”