Maria’s Mooie Mensen – week 39

Hoewel manlief en ik om het hardst tegen elkaar roepen dat we écht niet weer naar al die walgelijke talentenjachten op de televisie gaan kijken, vinden we onszelf toch vaak weer terug op de bank kijkend naar één of andere zoektocht. Wij zien hoe in ‘Heel Holland Bakt’ de baksels compleet mislukken, hoe kandidaten in ‘Beat it’ een soort van gemolesteerd worden en hoe er zelfs gezocht wordt naar de beste bloemstylist van dit land. Veelal blijft het bij een enkele aflevering die we voorbij zien komen en waar we hartelijk om lachen samen. Om alle kandidaten serieus te nemen, lijkt me voor de jury een lastige taak. Totdat ik mezelf afgelopen weekend bedacht hoe vaak ikzelf eigenlijk niet als een soort van éénkoppig publiek en jury ineen heb gefungeerd. Onderweg als journalist kom je nogal eens bij muzikanten of zangers die met liefde willen laten horen wat ze in huis hebben. Ik zag hoe twee jongedames samen K3 vertolkten – dat daar nog één van de K’s ontbrak, deden zij compleet vergeten. Compleet weggeblazen werd ik bij Meindert Talma. Waar het gesprek in eerste instantie wat moeizaam van start ging, zag ik ineens een hele andere Meindert toen hij achter de piano plaatsnam en ogenschijnlijk moeiteloos de mooiste melodieën liet horen. Ook leuke herinneringen: begenadigd gitaristen die op zolderkamertjes hun eigen muziekwalhalla hebben gecreëerd, Kinderen voor Kinderen-sterretjes in spé en zelfs hele kinderkoren die voor me hebben gezongen. Maar waar ik vooral aan terug moest denken afgelopen weekend was het ‘Duo con Amour’. Een ogenschijnlijk heel ‘normaal’ echtpaar wat eens in de zoveel tijd vooral in bejaardenhuizen de show steelt. Man en vrouw, hij achter het orgel en tweede stem, zij op de voorgrond. Nummers in hun repertoire variëren van het langvergeten ‘De uil zit in de olmen’ tot aan klassiekers als ‘Avé Maria’. Hij schroomde niet bij tijden strenge aanwijzingen te geven, maar niet om haar dwars te zitten, maar vooral om haar het beste uit zichzelf te laten halen. Een gesprek, vond hij, was niet voldoende, hij wilde dat ik ervaarde wat het duo kon brengen. En dus kroop hij telkens achter het orgel onder het gesprek, waarbij hij haar maande weer in te zetten. Normaal gesproken vind ik het leuk als mensen voor me spelen of zingen, maar hoeven ze echt niet een heel concert voor me op te voeren. Bij dit duo was er tegen hun enthousiasme geen weerstand opgewassen. En dus liet ik het na drie pogingen ook maar over me heen komen. Ik zie mezelf nog zitten: achter het orgel speelde meneer met een statige slag zijn nummers; mevrouw zong prachtig en beheerst de bijbehorende teksten. De nummer galmden door de woonkamer heen. Achter het duo, door de voorruit heen, zag ik verbaasd een postbode naar binnen kijken. Het moet een bijzonder schouwspel zijn geweest. Een vrouw aan het zingen, een man op het orgel en als enig publiek een jong meisje met pen en kladblok die enthousiast klapte toen het nummer voorbij was. Mijn eigen versie van ‘Holland’s got Talent’. Alleen de rode kruizen ontbraken. Maar die had ik dan ook niet nodig.