Maria’s Mooie Mensen – week 41 – 2014

Afgelopen weekend was ik op bezoek bij mijn kleine neefje en nichtje. De kleine jongen lag heerlijk te genieten van een slaapje toen manlief, Olivia en ik aankwamen. Maar mijn alweer vijfjarige nichtje echter, was vol leven zoals we dat van haar gewend zijn. Na het gebruikelijke kat uit de boom kijken wat ze altijd even nodig heeft, maakte ze zich los van Tinkerbell die op televisie rondvloog en trok ze al snel in no-time de speelgoedkast leeg voor Olivia. De door ons meegebrachte chocolademedaille – voor het állerliefste nichtje – de liefste van de wereld? – ja, de áller-, allerliefste – hing al snel trots om haar nek. Toen ook mijn neefje wakker was, moest mijn broer nog even dringend een boodschap doen en vroeg manlief en mij even op de kinderen te letten. Ietwat benauwd keken we elkaar aan. Drie kinderen onder de vijf bij elkaar? In een huis van een ander? Ik haalde nog eens diep adem. Als engeltjes zaten de kinderen gezamenlijk om de tafel. Olivia brabbelde wat in zichzelf, neefje en nichtje zaten gezellig te kleuren. Nichtje begon zich uit te leven met prinsessenstickers en ik kon nog net voorkomen dat er één op mijn voorhoofd belandde. We besloten ze toch maar op het papier te plakken en er een mooi bos om heen te tekenen. Konden de prinsessen eens gezellig aan de wandel. Leuk bedacht tante Maria en die boom die lukte nog wel, maar een konijn, hert of eekhoorn? Best wel lastig voor een vierjarige om te tekenen. Gelukkig kwam ik eerst nog met de zon, een wolk en zelfs een paraplu voor de prinsessen op de proppen. Die was nog wel even zoet. Aan de andere kant van de tafel produceerde mijn anderhalf jaar oude neefje vooral krassen. In een vast patroon ging hij te werk: krassen, krassen, krassen – andere! En dan moest ik rap een ander kleurtje aandragen. Ging nog soepel, totdat ik bij roze en paars aan kwam. Daar moest hij niks van hebben. Mijn straf was dat ik auto’s moest tekenen. Het krassen was niet leuk meer; auto’s was alles wat hij op zijn velletje papier wilde zien. En daar ging ik. Een auto met de lichten aan, een auto die toeterde, zelfs vrachtauto’s bleek ik tevoorschijn kunnen toveren. Nichtjelief was wel klaar met het bos in de tussentijd en vond dat prinsessen eigenlijk vooral thuishoorden in een kasteel. Maar ja, ook dat was teveel voor haar en dus vond ik mezelf al snel aan de andere kant van de tafel, een kasteel tekenend voor haar. Zijzelf gaf strakke richtlijnen: twee torens, een gracht, een poort en een vlag. Die laatste mocht ze zelf proberen van mij, dan kon ik aan de andere kant van de tafel nog een trein tekenen; ook een variant van de auto waar mijn neefje zich wel in kon vinden. Dat hij ondertussen ook een stift in zijn mond had gehad, was me even ontgaan. Maar aan zijn donkerblauwe lip te zien, had die stift daar wel gezeten. Mijn nichtje gooide net de hele etui met stiften om op zoek naar die ene kleur. Overal rolden kleurtjes door de kamer. Neefje besloot nu de doppen één voor één eraf te trekken. Manlief en ik kwamen handen te kort toen ook nog ons eigen monster een schone luier nodig had. De sleutel klonk in het slot en wanhopig vroeg ik me af of er nog wat te redden was. Totdat mijn nichtje blij haar vader verwelkomde: “het was zo leuk net papa!”.