Maria’s Mooie Mensen – week 42 – 2014

Aangezien ook dochterlief de nodige aandacht vraagt, ben ik niet altijd meer bij de dagelijkse gang van zaken van de Streekkrant betrokken. Op maandagochtend om 6.00 uur beginnen, de mail verwerken en dagelijks op pad; het is allemaal niet meer haalbaar als je ook nog wat wilt genieten van een klein mensje. En dus wacht ik ’s ochtends braaf tot dochterlief wakker wordt, geef haar nog gezellig een fles en meld ik me pas later op kantoor. Best een opgave voor een iemand als ik. Om mezelf nou workaholic te noemen gaat me wat ver, maar ik durf best wel te stellen dat het werk een groot deel van mijn leven in beslag neemt en ik kan daarbij ook nog eens stellen dat ik dat geen probleem vind. Eens in de zoveel tijd moeten ook collega’s wel eens vrij hebben en pak ik de draad even weer op. Het is altijd weer in komen en dat gaat gepaard met veel gemopper. “Ik heb al een planning, ik heb al genoeg anders te doen, ik heb ook nog een kind waar ik aandacht aan wil geven, ik heb ook nog een huishouden”, moet manlief dan een week lang aan horen. Wanneer ik dochterlief afzet bij mijn moeder drink ik geen koffie, want: de redactie wacht. Boodschappen doen doordeweeks: geen tijd voor. Op de fiets naar het werk omdat dochterlief dat zo leuk vindt: niet handig als ik nog een afspraak in Zuidhorn heb. Ja, het is een weekje aanpassen waarin iedereen met mij mee lijdt. Altijd weer terugkerend hoogte- óf dieptepunt is de maandagochtend. Niks rustig opstarten, niks weer wennen aan het feit dat de week begint, maar om half zes uit bed rollen richting computer en de mailbox weer verwerken. Dan valt dat bakje ‘Special K’ met yoghurt als ontbijt toch wel heel erg tegen. Hoewel ik voor acht uur amper aanspreekbaar ben, mis ik op zo’n moment de drukte van de redactie, waar ik al thuiswerkend helemaal niks van mee krijg. Gelukkig is daar de telefoon die binnen handbereik ligt. Collega Johannes, voor zijn doen zeer vroeg met een telefoontje om negen uur, schrikt van mijn snelle reactie. Maar naast twee katten die het liefste voor mijn beeldscherm liggen en dochterlief die vooral ‘papa’ zegt, is er alleen de radio die contact met me zoekt en dus is elk telefoontje welkom en wordt al beantwoord na slechts één keer overgaan. Al bellend komen we ‘vanouds’ tot de conclusie dat er veel te veel ligt om mee te kunnen nemen, dat we balen dat dat zo is, dat we nog veel meer ideeën hebben en dat we eigenlijk allebei nog wel heel veel te doen hebben. Inspiratie genoeg om dochters weer snel bij mijn moeder af te zetten en snel richting kantoor te rijden. En pas dan valt zo’n weekje redactie draaien weer helemaal op zijn plek. “Even aanpakken jongens”, meld ik mijn komst. “We moeten dit even zo doen, dat moet nog even klaar en ik heb nog een ander idee.” Ik zie ze verschrikt naar me kijken. “En oh ja, ik moet wel dochterlief weer ophalen en niet al te laat, dus even doorwerken, want zo lang als vroeger blijf ik niet meer.”