Maria’s Mooie Mensen week 46

‘It takes a village to raise a child’ is een oud gezegde afkomstig uit Afrika. Ik hoorde het voor het eerst aan tafel bij Bernice Larkens. Het uur ervoor had ze haar indrukwekkende verhaal uit de doeken gedaan. De koude rillingen liepen me over de rug toen ze vertelde hoe haar dochter na zes maanden zwangerschap ter wereld kwam, niet meer in leven welteverstaan. Toen zelf al bezig met het onderwerp kinderen, moest ik meerdere malen diep zuchten tijdens het gesprek. Bernice was dapper en vertelde open en eerlijk over het moeilijkste wat ze ooit in haar leven moest doen: haar kind baren terwijl het al overleden was. De woordkeuze voor hoe moeilijk dit was, “horror”, vond ik alleszeggend. Achteraf zei ze dat het het beste was, om haar meisje toch zelf op de wereld te zetten. “Hoe hard de waarheid ook is, je moet de waarheid in je armen houden, ook al is het je dode kind.” Woorden die bijblijven en nu mijn eigen dochter gestaag in mijn buik rommelt en draait, nog wel eens door mijn hoofd golven. Want het geluk wat ik wel heb, is nou eenmaal niet voor iedereen weggelegd. Voor Bernice zelfs, was het niet klaar met één beproeving. Een miskraam, de diagnose reuma en ook nog eens borstkanker kreeg ze voor haar kiezen. Dat ze toen die ochtend toch met een open blik tegenover me zat en eerlijk kon zeggen dat ze gelukkig was, vind ik een enorme prestatie. Van boosheid en frustratie geen sprake, sterker nog, er was na een donkere tijd weer plek voor licht in haar leven en ruimte om te dromen van een toekomst. Met misschien toch nog een eigen kindje; een hoop die ze nog niet had opgegeven. Haar moederhart stopte niet met kloppen toen ze haar eigen kind verloor. Zoals gezegd: ‘it takes a village to raise a child’ en van veel van deze dorpen maakt Bernice enthousiast en liefhebbend deel uit. Haar baan als juf kon ze misschien niet meer uitoefenen, maar ze zocht en vond een andere weg om toch met kinderen te werken en zo mee te bouwen aan het grootbrengen van een groep kwetsbare en speciale kinderen door ze extra begeleiding te bieden. Op haar plekje aan de rand van Doezum ziet ze de kinderen opbloeien als ze tussen de kippen lopen en zelfvertrouwen krijgen door op de paarden te rijden. En dus is ze gelukkig, ondanks alles; een ware prestatie. Ik hoop maar dat mijn kleintje straks ook een soort Bernice in ‘haar dorp’ kan vinden. En anders misschien één van die engelen die volgens Bernice bij haar bed waakten. Ik zal haar in elk geval voorhouden nooit de moed op te geven. Want als ik één ding van Bernice heb geleerd, dan is dat het wel.