Maria’s Mooie Mensen – week 47 – 2014

Afgelopen vrijdag was ik ter plekke op de vrijwilligersavond van de gemeente Grootegast en wel met een hele goede reden. Collega Johannes Dolislager was genomineerd en hoewel ik hem absoluut niet zie als vrijwilliger van het jaar en ik ergens in de wandelgangen al had vernomen dat de titel aan zijn neus voorbij zou gaan, kon ik natuurlijk niet ontbreken voor wat morele steun. Ik hoorde het al terplekke: ‘ah, dit is natuurlijk voer voor een nieuwe Maria’s Mooie Mensen’, en inderdaad: het kon niet missen. Hoewel ik het Johannes van harte gun, bleek mijn vermoeden en hetgeen me ingefluisterd was juist en ging de prijs aan zijn neus voorbij. Gekscherend opperde ik dat hij nog voor de werknemer van de maand kon gaan. Johannes is iemand die letterlijk dag en nacht – bij voorkeur nacht overigens – met de Streekkrant bezig is. Met onuitputtelijke energie en onophoudelijk enthousiasme kan hij het niet laten zich – soms tot aan irritant toe – overal mee te bemoeien. Hoewel bij tijden onuitstaanbaar, is hij de enige die het beste in me naar boven kan halen; manlief en ouders daar gelaten natuurlijk. Er is niemand anders met wie ik zo goed kan sparren, niemand anders die qua creativiteit altijd weer een stapje verder kan, niemand anders die hetzelfde neusje voor het nieuws heeft en niemand anders die net zo cynisch kan zijn als ik. Er zijn mensen zat bij wie hij het bloed onder de nagels vandaan kan halen, maar mijn geduld met hem raakt zelden op. Overigens ben ik misschien dan ook wel de enige naar wie hij bij tijden wel eens luistert. Maar hem sturen, moet je niet willen. Johannes functioneert het beste als hij volledig vrij gelaten wordt. Samen vormden we tijden lang de perfecte combinatie: ik zorgde voor de basis door gedisciplineerd de mail te verwerken, de rubrieken te vullen en de telefoontjes te beantwoorden; hij leverde aan wat hij aanleverde: nooit was het van tevoren bedacht, altijd klaagde hij op dinsdag dat het maar moeizaam was maar zelden zat de mailbox uiteindelijk op maandagochtend niet vol met tig artikelen van hem. Ik begon om 7 uur ’s ochtends; hij om 7 uur ’s avonds. Ik zorgde voor de in zijn ogen te zoetsappige meuk en de achtergrond verhalen; hij rustte niet voor er een primeur of stevig nieuws lag. Er ging geen dag voorbij zonder dat de telefoon ging dat ik zei: ‘och nee, Johannes’, en hij vrolijk “jaaaaaaa, met miiijjj’ in de hoorn tetterde. Johannes is een journalist in hart en nieren, eentje waarvan wij hier weten dat er waarschijnlijk nooit een tweede te vinden is. Hem hier te binden is een onmogelijk zaak en zou ook niet eerlijk zijn. Een talent als het zijne verdient een groter podium. Inmiddels ben ik moeder en zit hij veel in Hilversum. Maar beiden kunnen we het niet laten en bemoeien we ons nog altijd overal tegenaan. Hij mag dan misschien niet de vrijwilliger van het jaar zijn, maar voorlopig ben ik trots hem wel medewerker van de Streekkrant te mogen noemen.