Maria’s Mooie Mensen week 48”15

Ieder stel kent het wel: je bent al een poos samen, woont goed, lekker gesetteld en nadert een bepaalde leeftijd. De vragende en spiedende blikken lijken je goed in de gaten te houden en soms wordt dé vraag gewoon ronduit gesteld: komen er nog kinderen? Als je die ergernis achter je hebt gelaten, naar ieders tevredenheid een gezond en leuk kind op de wereld hebt gezet – niet dat dat overigens altijd maar zo vanzelfsprekend is – ben je even weer verlost. Totdat dat betreffende kind een bepaalde leeftijd bereikt en de blikken langzaamaan weer op standje nieuwsgierig gaan. Zo dachten manlief en ik onze gezinsuitbreiding wel even voor onszelf te houden, maar niks bleek minder waar. ‘Zo, en je bent nog niet lang in verwachting, zie ik wel’, lachte Geert van Dellen tegen mij toen ik daar in augustus op de koffie was. Nou, beste Geert, sterker nog, ik heb het eens even uitgeplozen en inderdaad, ik was nog niet lang zwanger. Ongeveer twee à vier dagen destijds. Je zat dus wel goed, al wist ik het zelf nog niet. Of eigenlijk deelde ik jouw voorgevoel wel en zei ik al snel tegen manlief dat ik wel eens zwanger kon zijn; een prachtig gevoel wat we samen op vakantie in Italië bevestigd zagen. Voor de opa’s en oma’s hadden we een leuke verrassing in petto; tenminste dat dachten wij dus. Een leuke kaart met daarop een juichende dochter en de tekst ‘hoera, ik word grote zus’. Maar ook hier bleek het nieuws ons vooruitgesneld. Mijn moeder ‘wist het al’. Ze zag het aan mijn ogen. Tja, wat moet je daar nog aan doen. Schoonmoeder riep dezelfde kreet voor ze de envelop opende. Ze wist het gewoon al. Leuk zo’n verrassing die niemand verrast. Hoewel we dolblij zijn met het goede nieuws wat we konden brengen, was er toch enigszins die domper. Maar toen volgde die allereerste echo. En toch nog die echte verrassing. Want het scherm ging aan en daar zagen wij het direct: twee kindjes. Zelfs de verloskundige was even van haar stuk. Maar overduidelijk daar in mijn eigen buik zaten ze; prachtig naast elkaar, twee kleine mensjes aan wie alles al beweegt. Als je het over verrassingen hebt. En raad eens: dit had nog niemand geraden. Hoewel niemand? Zelf had ik al een klein voorgevoel. Maar die verrassing was even voor ons alleen.