Maria’s Mooie Mensen 225

Ik verbeeld me niks op huishoudelijk vlak. Hoewel de intenties goed zijn en de inzet vaak ook prima is, durf ik wel te stellen dat ik zeker geen schoonmaakwonder of poetsmirakel ben. Sinds de kleine meisjes geboren zijn, is het natuurlijk belangrijker dan ooit om het huis wat acceptabel te houden en tegelijkertijd de uitdaging alleen maar groter. Voor twee baby’s geldt helaas niet de wet van niet-evenredige meerproductie; ze maken gewoon twee keer zoveel rommel en dat is dus veel. Tel daar een peuter en chronisch tijdgebrek bij op en het is wel helder dat R van Reinheid hier niet zo hoog scoort. De R van Regelmaat heeft het ook al weleens zwaar en Rust is hier sowieso een moeilijk gegeven dus ik vrees dat deze opvoedtheorie voornamelijk aan ons voorbij gaat. Maar goed, het huishouden dus bestaat hier vooral uit een heleboel was draaien, want de één spuugt zichzelf regelmatig onder, de ander zit met viltstiften in haar kleren te smeren en de derde kan geen rondje eten redden zonder de halve maaltijd naast haar mond te deponeren. Als er tijd over is tussen werk, spelen en fruithapjes/flessen melk/brood eten/warm eten/pap, stort ik me vooral op de vloer. Die heeft aardig te lijden en kan eigenlijk elke dag wel een dweil gebruiken. Nu kan ik ook wel elke dag een warm bad gebruiken, maar dat zit er ook niet in. Dat bad red ik ongeveer één keer in de maand, de vloer zeker drie keer per week, dus ik vind het een nette score. Al met al ben ik dus niet eens ontevreden over het huishouden, maar afgelopen weekend werd ik toch even met de neus op de feiten gedrukt. Manlief en oudste dochter zouden een boterkoek bakken. Meisjes lagen zowaar tegelijk te slapen en mama kon even ongestoord aan het werk. Voor even dan, want: ‘mammie! Er zitten beestjes in dit pak!’. Blijkt een bakmix eens niet over datum, huizen er beestjes in. De bak in dus en dan maar zonder pakje bakken. Volgens het recept tien keer lekkerder, het baksel was zowaar gelukt, dus crisis afgewend. Tóch lijkt het alsof mijn huishouden me iets duidelijk wilde maken. Want ’s avonds besloten we lekker makkelijk een Chineesje te halen, maar ja, dat boekje was nergens te vinden. Ergens tussen die grote stapel papieren moest hij huizen en terwijl ik dat geestdriftig doorspitte, besloot manlief het even met de Chinees aan de lijn te regelen. ‘Oh ja, ik weet precies wat u bedoelt’, zei de beste man, waardoor we even later naar lucht happend aan de tafel zaten te eten aan een bord veel te pittige bami. De volgende dag stonden er spruiten op het menu, maar die bleken ook niet zoals het moet. Manlief en ik spendeerden een avondje op de wc, dochterlief leek er goed af te komen. Tot ze een dag later een klein scheetje liet en de was dus weer aan kon. Het bakje yoghurt van vanochtend smaakte ook wat typisch en een nadere inspectie leerde mij dat ook deze over datum was. Van de vier bloempotten in de kast zijn inmiddels ook twee leeg en in de andere twee hangen de plantjes er zeer treurig bij. Er moet nodig wat gebeuren, maar gelukkig is het weer bijna die ene woensdag in de twee weken. Hoewel ik me ooit verzette tegen een huishoudster – ik ben immers jong en gezond en kan mijn eigen wc wel poetsen – wordt ze nu warm onthaald. Als ze weg is, haalt niet alleen het huis, maar ook ik even opgelucht adem. Alleen het blijft een duur rondje, want ongeveer zes uurtjes later, als iedereen weer in bed ligt, lijkt het harde werk alweer bijna teniet gedaan en beloof ik de vloer weer plechtig de volgende dag te dweilen. Maar eerst maar eens lekker in een warm en schóón bad.