Maria’s Mooie Mensen 226

Laat ik vooropstellen dat ik natuurlijk enorm trots ben op mijn dochters. Alle drie, want naast een tweeling heb ik ook nog een oudere dochter die voor mij net zo bijzonder is als de andere twee. Maar dat een tweeling nou eenmaal de aandacht trekt, dat begrijp ik ook wel en dat ik dus regelmatig kijkers bij mijn wandelwagen heb, hoort er bij. Ook ik kijk nog regelmatig mijn ogen uit als ik van een afstandje het duo bekijk. Het blijft wonderbaarlijk dat twee mensjes zoveel op elkaar kunnen lijken en zo’n bijzondere band hebben. Ik weet dan ook alweer dat dat momentje van genieten niet lang genoeg gaat duren, want er is altijd wel weer iemand die een schone luier nodig heeft of een kus op een zere plek. Even een boodschapje doen, vergt al snel een half uurtje voorbereiding. Want: iedereen in de jassen, stoelen, auto; allemaal schoon en volle buikjes; tassen mee en huis een beetje toonbaar achter laten. Een heel karwei wat meestal tegenvalt. Zo ook afgelopen week. Ik had nog wel een vliegende start gemaakt met de dag, want ik had zowaar al het derde wasje draaien voordat peuterdochter uit bed kwam. Maar zoals dat meestal gaat als iedereen weer wakker is, komt al snel de klad in al het werk wat ik had willen verzetten. En als peuterdochter dan heel graag naar de bibliotheek wil, dan gaan we dat ook maar even gezellig doen. Tenminste, dat dacht ik dus. Helaas besloot baby twee een stuk langer te slapen dan baby één. En waar de ene dus keurig haar brood al achter de kiezen had, moest de tweede er nog aan beginnen. Ondertussen begon ik alvast iedereen ‘reisklaar’ te maken, inclusief een druk babbelende peuter die geen ‘hmm-mm’ als antwoord accepteert. Dus terwijl ik een spervuur aan vragen beantwoorde variërend van ‘wie is jouw mama?’ tot aan ‘waarom is het geen Kerst?’, lukte het me zowaar baby één met jas, schoenen en muts in de maxicosi te krijgen. Baby twee at nog verlekkerd door terwijl ik alvast peuterdochter volledig inpakte in dikke jas, wanten en muts. Opeens riep ze: ‘oh nee, wat doet Rachel nou?’ en ja hoor, baby twee probeerde een te groot stuk brood in één keer door te slikken en spuugde vervolgens alles weer eruit. Ik probeerde zo snel mogelijk het kind uit haar vieze kleren te pellen en om te kleden, terwijl baby één liet weten wel weer zat te zijn van de maxicosi en peuterdochter ondertussen probeerde de vloer schoon te maken. Maar spuug opdweilen met een droge hydrofielluier valt niet mee en het zweet brak me alweer eens uit. Om een lang verhaal kort te maken: dat half uurtje gingen we ditmaal niet redden. Maar goed, drie kwartier later stopten we toch voor de bibliotheek. Ik klap de wagen weer uit, zet baby twee erin en ruik bij baby één een wel heel verdacht luchtje. Juist: poep. En laat ik nou net die luiertas thuis hebben laten staan. Terwijl ik me afvraag of ik peuterdochter ga uitleggen dat zij dus driekwartier voor niks geduld heeft gehad of dat baby één maar héél even moet gaan lijden, heb ik direct ‘publiek’ bij de wagen. ‘Eeneierig zeker?’ Ja bijna goed. En ja, ik begrijp dus dat het prachtig is voor een ander om even die wagen in te spieken en ik snap ook nog wel dat iedereen nieuwsgierig is naar dit duo. Maar de volgende keer dat ik misschien niet heel aardig reageer, hoop ik dat u begrijpt dat er al een lange ochtend achter me ligt. En nog een pittige middag voor me.