Maria’s Mooie Mensen 228

Jarenlang reed ik door het Westerkwartier, zag ik hoe men daar tot in den treure het afval scheidde, minstens zes bakjes of zakken bij de weg moest zetten en prees ik me gelukkig dat ik nou nét niet in het Westerkwartier woonde en thuis zo, hoppakee, alles in de grijze bak kon gooien. Iets wat manlief en ik dan ook fanatiek deden. Etensresten, bouwafval en ja hoor, zelfs glas ging allemaal linea recta die ene bak in. Nooit geen wanklank gehoord, nooit geen problemen gehad. We voelden ons gesterkt doordat mijn moeder altijd hard riep: ‘het komt toch op de grote hoop’, zoals ze ooit zag toen ze voor een verhaal een kijkje nam op de grote afvalberg. Alles werd daar inderdaad gewoon op de grote hoop gegooid en dus was afvalscheiding vanaf dat moment niet meer ‘im Frage’ bij ons thuis. Inmiddels ben ik mama van drie leuke meisjes en besef ik me ook wel dat ik het scheiden niet alleen meer voor mezelf hoef te doen, maar dat ook mijn dochters nog wat aan deze wereld moeten hebben en als het even kan ook hun kinderen en kleinkinderen. Maar eerlijk is eerlijk, pas nu onze grijze container nog maar eenmaal in de vier weken wordt geleegd, is het scheiden van een probeersel naar bittere noodzaak gegaan en zijn we echt fanatiek geworden. We moeten ook wel, want laten wij nou net twee baby’s hebben gemaakt die over zeer fanatieke darmpjes beschikken en daarom garant staan voor zeker vier poepluiers per dag. Per kind dan. Reken maar even mee: vier poepluiers per kind per dag, is dus acht luiers maal 28 dagen voordat de bak weer leeg gaat; dat maakt dus alleen al 224 poepluiers die tegenwoordig onze grijze bak bevolken als deze dan eindelijk weer aan de weg mag. Er is dus simpelweg geen ruimte meer om nog laks te zijn. En dus ben ik van fanatieke ‘het-komt-toch-op-de-grote-hoop-aanhanger’ veranderd in een soort van afvalscheidingsgoeroe. Met argusogen houd ik in de gaten waar de schoonmaakster de lege wc-rollen laat, waarop zij zich afvraagt of ik soms fanatiek ga knutselen met mijn dochters. Vooral de oppas moet het echt ontgelden. Nou presteerde die het ook wel om hele pakken melk zo in de prullenbak te gooien, ongevouwen en wel, en dan zit zo’n container opeens wel heel snel vol. Nu de bak veel langer moet staan dan gewend, is er nog een uitdaging naast het afvalscheiden aan ons leven toegevoegd: wáár moet die bak dan staan. Wat mij betreft: zet hem alvast lekker aan die weg, want hoe verder weg die stank hoe beter, maar manlief en ik troffen een compromis over een nog aan te leggen plekje aan de voorkant van het huis. Ik prijs ons gezegend dat het kan, alhoewel ik nadat ik de zorgen van de thuiszorg hoorde over de stomazakken van mijn buurman wel geregeld wakker word van nachtmerries dat ik van de auto naar de voordeur ren, omdat de stank bij onze voordeur, tussen zijn poepbakken en die van ons in, niet meer te harden is. De oplossing kwam van de afvalcoach die ik als nieuwbakken goeroe natuurlijk wel even aan de lijn wilde hebben: doe zakjes om je poepluiers heen én vraag maar een extra grijze bak aan. Alleen nu is de afvalscheidingsgoeroe in mij ernstig in de war, wánt: een zakje om een poepluier betekent in mijn geval dus 224 zakjes die ik voortaan extra als afval aanbiedt, wat natuurlijk niet strookt met het minderen van restafval. En stel dat ik een extra grijze bak neerzet, ook nog eens gratis en wel aangeboden door de gemeente, dan heb ik ineens weer net zoveel ruimte als voorheen en kan ik toch gewoon weer alles in die bakken gooien wat ik maar wil?