Maria’s Mooie Mensen 231

Persoonlijk vind ik mijn kinderen heel aardig gelukt. Zo op het oog lijken ze gezegend met een heleboel goede zaken: grote blauwe ogen, mooi dik haar met wat slag of krul, lange donkere wimpers, lange benen en alle drie een heerlijke lach. Ook qua karakter zit het ze aardig mee: ze zijn lief, vrolijk van aard, makkelijk alhoewel ze zeker een mening hebben en hebben allemaal wel een goede portie doorzettingsvermogen. Verschil is er zeker: onze oudste is slim, ontzettend snel met alles en enorm verstandig, de middelste is ontspannen, rustiger en misschien wel wat lui te noemen, terwijl de jongste juist barst van de energie en pit. Uiteraard ben ik een trotse moeder die natuurlijk wel een hele column kan vullen met hoe geweldig mijn kinderen zijn, maar deze week maar niet. Er is namelijk één dingetje waar ik als moeder ietwat nerveus van wordt: ze kruipen niet. Oudste dochter besloot twee jaar geleden al dat kruipen niks voor haar was. Ze was negen maanden toen ze haar eerste stappen zette en had vanaf toen haar blik alleen nog maar op het lopen. Daarvoor al deed ze nog wel eens wat pogingen op haar buik te bewegen, maar ook dat was al niet zo met veel plezier. Enfin, ze was onze eerste en sommige kinderen kruipen nou eenmaal niet, dus we maakten ons er niet druk om. Precies een dag voor haar eerste verjaardag leerde ze los lopen en was het kruipen natuurlijk helemaal niet meer interessant. Op zich geen probleem ware het niet dat het ‘opvang-reflex’ daardoor wat minder natuurlijk was bij haar en als ze dan viel, dan viel ze meestal zonder zich met haar handen op te vangen. Ik heb dus nog ontelbaar veel foto’s waarop mijn kind een blauw hoofd heeft. Nog immer is ze een soort van brokkenpiloot die het nog voor elkaar krijgt om van haar eigen kinderstoel af te vallen. Ieder zijn manco zullen we maar zeggen. Toen ik twee nieuwe dochters op de wereld zette, constateerde ik al vlot dat ‘deze echt wel zouden gaan kruipen, hoor’. Iets van: als ik het maar hard genoeg blijf zeggen, wordt het vanzelf waarheid. Nou niet in dit gezin. De dames zijn inmiddels alweer bijna elf maanden en niet vooruit te branden. Of nou ja: niet vooruit te branden op hun buik. Want lopen willen ze net als hun grote zus maar al te graag en proberen ze volop. Maar eenmaal op hun buik is het alleen maar ellende. Onze Georgia liet ons al lang in spanning of ze überhaupt kon draaien. Waar haar zus Rachel, zeer fanatiek in alles wat ze doet, wekenlang met haar benen lag te zwiepen om maar op haar buik terecht te komen, deed Georgia niks meer dan haar hoofd wat naar boven draaien en zo draaide uiteindelijk het hele lichaam met een doffe klap mee. Eenmaal op die buik is het al snel ellende: Georgia laat zich als een lamme hond helemaal slap liggen en huilt daarbij alsof we haar al de hele dag geen eten hebben gegeven; Rachel beweegt fanatiek haar kont omhoog, de benen heen en weer en drukt zich met haar armen op, maar al snel wint de frustratie het van de inzet en zet ook zij het op een huilen. Oudste dochter Olivia constateert dan immer droogjes dat de meisjes huilen en zegt me bijna verwijtend: ‘misschien moet je ze laten staan, mammie’. Tja, mijn kinderen beschikken over een heleboel kwaliteiten en zijn uitstekend ‘gelukt’, maar dat kruipen…