Maria’s Mooie Mensen 235

Ik hoor het mezelf nog zeggen: ‘jij boft maar met een mama die alles zo goed uit kan leggen’ en toen tegen manlief: ‘die waarom-fase gaan wij vast overslaan, want Olivia en ik praten al zoveel met elkaar, dat alles al heel duidelijk is. Er is geen vraag waarop ik geen antwoord heb, dus ze hoeft ook niet verder te vragen’. Inmiddels heb ik weer geleerd dat er dus een reden is waarom hardop pochen over je opvoeding geen zin heeft en waarom even afkloppen op zijn tijd toch wel verstandig is, want we zitten er toch middenin: de waarom-fase. Voor diegene die nu denkt ‘waar heeft ze het over?’: de waarom-fase bestaat uit een peuter die telkens weer ‘waarom?’ naar je hoofd slingert. De eerste keer is dit nog prima, maar wanneer je met succes vijf rondes doorstaan hebt en ze toch nog een zesde ‘waarom?’ eruit weet te gooien, kun je weleens wanhopig worden. Even een korte indruk van mijn gesprekken: ‘we gaan zo eten Olivia – waarom? – omdat het zo etenstijds is – waarom? – omdat je vader zo thuiskomt en honger heeft – waarom? – omdat hij hard gewerkt heeft – waarom? – dat moet je hem maar vragen. Zo weet ik een volgende etappe de mond te snoeren, maar niet altijd kom ik zover. Zelfs een opmerking van mijn kant als ‘je moet niet alleen maar waarom vragen’, krijgt maar één reactie: ‘waarom?’. Zelfs een veelprater als ik die niet snel om een antwoord verlegen zit, wordt weleens moe van deze oneindige stroom aan vragen. Een kleine speurtocht op het internet leert mij dat dit weer een ‘zeer belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van een kind is’. Nou daar kunnen we dan weer een vinkje achter zetten. Toch fijn met ook nog eens twee baby’s om je heen die het vertikken te kruipen, zelf te gaan zitten of zich op te trekken. Al die vinkjes zijn nog niet gezet en gezien hun eigenwijze en koppige karakter kan dat ook nog wel even duren. Mijn online speurtocht leert me ook dat ik zoveel mogelijk antwoord moet geven – ik denk dat zeven antwoorden op een rij toch een heel goed streven is – en dat een peuter deze fase prachtig vindt omdat zij het gevoel heeft een echt gesprek te voeren. En ja, net als in het ‘echte’ leven weet mijn dochter uiteraard ook moeiteloos de vinger op de zere plek te leggen. Wanneer baby één een hele dag ‘papa’ loopt te roepen en niet onder de indruk is van mijn teruggekaatste ‘mama’, doet peuterdochter nog een schepje bovenop mijn malaise en constateert eerst dat ‘Georgia écht alleen maar papa kan zeggen’ om vervolgens daaraan toe te voegen: ‘waarom?’. Nou leert mijn korte internet-onderzoekje me ook dat het soms best pedagogisch verantwoord is om simpelweg een ‘daarom’ terug te kaatsen. En daar maak ik dan op zijn tijd maar dankbaar gebruik van.