Maria’s Mooie Mensen 238

Het weer. Zoals het een echte Nederlander betaamt, mag ook ik graag klagen over het weer. Sterker nog, bij tijden hangt een groot deel van mijn gemoed hier van af. En wie naar buiten kijkt, kan al raden dat het met dat gemoed momenteel niet lekker gaat. Nou hebben we in feite, of nee zelfs totaal niks te klagen natuurlijk. Het zonnetje schijnt zeer regelmatig, we hebben geen tornado’s of andere extremen en met de regen valt het momenteel best wel een beetje mee. Maar het is zo koud. Zo totaal niet lente-achtig. Zo frisjes. Het trekt op geen enkele manier om eens even lekker in de tuin te gaan roppen of om een mooie wandeling te maken. Het ergste is nog wel de misleiding. Binnen is de kachel aan, voelt het aangenaam en als je dan van achter het glas de blauwe luchten ziet en de zon naar binnen voelt vallen, begint het volledig te kriebelen. Maar alleen al de luiers weggooien buiten, kan ik bekopen met een ‘oeh, fris ja vandaag’. Ik heb serieus vorige week tot tweemaal toe het ijs van de autoruiten moeten krabben. Onder luide aanmoediging van dochterlief, dat dan weer wel natuurlijk. Maar goed, de kou dus, daar kun je je tegen kleden zoals grootmoederlief zou zeggen. En dat is ook zo, ware het niet dat ik deze winter die pogingen al even te vaak heb gedaan met de kleintjes en desondanks weken, nee misschien wel maanden in totaal, heb moeten bikkelen met snotneuzen die nooit meer ophouden met lopen en met kinderen die zo naar hoesten dat je zelf nooit weer een oog dicht doet. Ik ben inmiddels wel genezen. De kinderen ook en dat ga ik nu zo houden. Dus vieze koude wind? Wij blijven even mooi binnen. Een vrijwillige keuze, maar wel eentje die me niet vrolijk maakt. Die vreselijke januari en februari namelijk, is er maar één dingetje wat me echt op de been houdt: nog even en het is voorjaar. Wacht maar tot ik mijn verjaardag haal denk ik dan altijd – en dat is 21 maart – en dán wordt alles beter. Maar dit jaar kom ik bedrogen uit. Die 21e maart stond vooral in het teken van de buikgriep dus de feestvreugde was niet zo groot. Het weer werd nooit weer warm, de tuin is nog altijd niet voorjaarsklaar en het aantal uren buitenlucht per dag was hoger in de winter zelf dan nu het eindelijk lente mag heten. Argwanend hou ik de weersvoorspellingen in de gaten, maar daar word ik tot op heden nog niet vrolijk van. Gisteren gloorde er eindelijk hoop aan de horizon. Het lijkt erop dat we nog een weekje moeten bikkelen en dat de lente dan toch nog zijn intrede gaat doen. Ik zal onze weerman nog eens even berichten dat het zo wel genoeg is geweest.