Maria’s Mooie Mensen 239

In het kader van de goede voorbereiding zijn we al volop bezig met onze zomervakantie. En om het dan maar eens grondig aan te pakken, besloten we een weekendje weg te boeken. Zo konden we aan den lijve ondervinden hoe het is weg te zijn met de dames en ervaren wat we wel en niet missen. Eerste uitdaging was de bagage. Alhoewel wij niet per se een kleine auto hebben is het desondanks een puzzel überhaupt wat zinnigs mee te krijgen. Essentieel is hoe dan ook onze tweelingwagen die in zijn eentje al de helft van de kofferbak in beslag neemt. Grote luiertas: check, iets van speelgoed mee en dan nog kleren; wij hádden het idee dat dat allemaal prima zou lukken. Maar in plaats van kleren voor twee weken, viel het al niet mee de kleren voor dit weekendje weg in één koffer te proppen. Denk daar nog toilettassen bij, wat handdoeken en luiers en het was al noodzaak met de kont op de koffer te zitten om het ding nog dicht te krijgen. Twee weken Italië en dan toch maar één koffer mee: dáár kan dus al een streep door. Van de boodschappen voor dit weekendje weg moest de helft ook noodgedwongen thuis blijven en bij de gratie van ruimte onder de gelukkig nog korte beentjes van de meisjes, konden we in elk geval nog een extra kinderbedje en beddengoed kwijt. Het bagage-vraagstuk is in elk geval opgehelderd, maar opgelost nog niet. Geen probleem, voor nu gaan we niet naar Italië maar gewoon naar de kop van Noord-Holland. En maar goed ook, want onze jongste was na een slaapje van driekwartier alweer klaarwakker en na nog een half uurtje vastzitten, had zij het wel gehad. Oudste dochterlief begon zich ook al af te vragen wanneer we in Italië zouden aankomen. De discussie dat we wél op vakantie gingen, maar niet naar Italië, won ik uiteindelijk door het een mini-vakantie te dopen en zo gingen de laatste kilometers mooi om. Eenmaal ter plekke lijkt alles van een leien dakje te gaan. Oudste dochterlief sjeest van de ene speeltuin naar het volgende luchtkussen en geniet volop. De kleintjes gedijen overal prima zolang zij maar op tijd hun eten en drinken krijgen, wat te zien hebben en regelmatig aan onze hand mogen rondsjouwen. Goede voorbereiding is wel essentieel voor ieder uitje en zo lijkt een voorraad van vier zwemluiers prima, maar als je dan eentje kapot trekt bij het aandoen en een ander in no-time vol gepoept wordt, leert een snelle rekensom dat er niemand meer kan poepen of we gaan een probleem hebben. Teveel mee bestaat niet en zo vertrekken we richting strand met in onze tas petten, zonnebrand, zonnebrillen, emmers en schepjes en uiteraard nu een grotere voorraad luiers. Maar goed, Nederland zou Nederland ook niet zijn als het uiteindelijk niet de beloofde twintig graden wordt, maar het kwik blijft steken rond een kille twaalf en we eigenlijk meer behoefte hebben aan mutsen, sjaals en winterjassen. En díe zijn dus net niet mee. De kleintjes stoppen wat zand in hun mond, de oudste bakt zandtaarten en papa en mama waaien wat weg, maar we zijn eruit, zijn samen en we genieten toch wel. Eenmaal weer thuis probeer ik de balans op te maken: de auto is te klein, de kinderen gaan hoe dan ook wel zeuren in de auto en spullen heb je nooit genoeg mee. En als je wel genoeg mee heb, heb je toch niet het juiste te pakken. Mijn conclusie: laten we in vredesnaam genoeg geld meenemen. Wat er niet is kunnen we gewoon aanschaffen en voor wie zeurt, kopen we gewoon een ijsje.