Maria’s Mooie Mensen 241

Het is eind mei, begin juni, de dagen zijn lang, de temperatuur klimt eindelijk eens op en de kinderen gaan moeilijker naar bed. Het is het ideale moment voor de avondvierdaagse. Vier avonden lang aan de sjouw, kinderen lekker naar buiten en doodmoe naar bed. Vroeger een traditie waar niemand over nadacht. Net als Kerst, Pasen en trakteren op je verjaardag hoorde de avondvierdaagse bij een schooljaar en was het een terugkerend evenement. Ook ik wist niet beter dan dat we elk jaar weer meededen. Het evenement hoorde in het rijtje ‘sportieve uitdagingen’ en werd daarin vergezeld door de door mij verfoeide sportdag waarop het vooral om atletiek draaide – had ik dus geen talent voor – , het zwemcircuit waarbij je steevast met kinderen van andere scholen in een groepje kwam – vond ik altijd verschrikkelijk –  en de ‘sport, ik doe het ook-weken’ waarin je kennismaakte met andere sporten – en de vlag steevast uitging op zo’n vereniging als ik na zes weken talentloos meedoen maar weer besloot niet door te gaan op zo’n sport. Sportief gezien had het jaar vele hoogtepunten op de basisschool van korfbaltoernooi tot aan zwemvierdaagse, maar de avondvierdaagse; dát was pas speciaal. In mijn herinnering zie ik nog de meterslange sliert aan wandelaars die door de omgeving liep. Want lopen deden we destijds allemaal, met de hele school en ook de leraren en ouders gingen mee. Er zijn nog altijd weggetjes in onze omgeving die ik alleen van de avondvierdaagse ken en ik durf wel te beweren dat mijn kennis van bermbloemen als fluitekruid voor een deel te danken is aan die vier avonden wandelen. Wat een feest was het niet dat we ooit zelfs over het smalle landweggetje achter ons huis langs gingen. En voor zover ik weet was het ook altijd mooi weer. Het was een speciale week waarin je je onoverwonnen voelde. Na schooltijd moest je al vroeg eten en dan hup de gympen aan – zo noemde we sneakers destijds nog – en sjouwen maar. Doodmoe, al zou je dat natuurlijk nooit toegeven, rolde je dan ’s avonds later dan gebruikelijk in bed en dat was als kind al geweldig. Maar het mooiste was natuurlijk die laatste avond. Dan wachtten opa en oma, bloemen, snoep en een medaille en voelde je je alsof je een wereldprestatie had neergezet. Waanzinnig hè, dat jeugdsentiment, maar weet u wat het mooiste is? Ook nu nog kan de vierdaagse gewoon weer gelopen worden. Vele dorpen zetten het evenement vol enthousiasme weer jaarlijks neer. Nu is het aan ons weer te gaan sjouwen. Hup, de sneakers aan of hou het gewoon bij gympen, kinderen van de bank af en lopen met die handel. Nog een paar jaartjes, dan zijn zijn wij de fase kinderwagen voorbij en kunnen we sjouwen met elkaar. Alleen nog even manlief voorbereiden.