Maria’s Mooie Mensen 242

Als ik één baan niet benijd dan is het wel die van burgemeester. Een functie waarbij je in staat moet zijn zowel voor als achter de schermen goed te presteren en waarbij je meerdere ballen hoog moet houden. Als journalist moet je vaak op pad, maar als burgemeester, dán ben je pas overal. Een goede burgemeester is een bruggenbouwer, een verbinder, iemand die in staat is de mensen in zijn gemeente één te laten voelen, ze het gevoel te geven dat ze stuk voor stuk meetellen en als geheel belangrijk zijn; dat de dorpjes op zich niet uitgevlakt worden, maar toch ook denken op die grotere schaal. Het lijkt me een vreselijke uitdaging om altijd aardig gevonden te worden; sterker nog dat is waarschijnlijk onmogelijk, maar toch hebben de beste burgemeesters dat imago wel, dat ze aardig zijn en dat ze oprecht interesse in een ander hebben. Of dat nou gaat om de vogeltjesclub of de voetballers. Een burgemeester houdt zich het ene moment bezig met een taartenbakwedstrijd, dan weer met de opening van een winkel en probeert ondertussen op het gemeentehuis ook nog eens nieuw beleid van de grond te krijgen, zijn gemeente op de kaart te zetten en continu vooruitgang te bewerkstelligen. Ik kan niet zeggen dat ik veel slechte burgemeesters ken, maar ik kan niet anders zeggen dan dat Bert Swart van Zuidhorn zich goed kwijt van al deze taken. Een man die altijd overal aanwezig lijkt te zijn, de kunst verstaat van interesse te hebben in de mensen van zijn gemeente en waar ze mee bezig zijn, de belangen van de dorpen weet en toch het grote goed in de gaten houdt. Het is een verbinder pur sang, iemand die met een grote dosis humor, toegankelijkheid en improvisatietalent eigenlijk van elke bijeenkomst of toespraak wat weet te maken en ik durf te stellen dat hij in Zuidhorn geliefd is. Toen bekend werd dat hij Zuidhorn zou verlaten, was er maar één reactie op onze redactie: jammer. Want werken met Swart is prettig. Hij erkent het belang van de pers en neemt immer tijd voor ons. Ik weet van wandelingen met zijn hond waarbij ondertussen een speech oplepelt voor collega Johannes die de bewuste avond van die speech niet aanwezig kan zijn, ik weet van belletjes die nooit onbeantwoord blijven en van initiatieven als ons Diner in december waarbij hij na twee zinnen al zei: dit steunen wij. En nu ziet alles er opeens anders uit nu zijn gezondheid het laat afweten. ‘Er moeten bloemen die kant op’, zeggen mijn collega’s en natuurlijk is dat zo, maar wat zet je nou op zo’n kaartje? Laten we het maar gewoon simpel houden, zoals noorderlingen dat kunnen. Kop d’r veur Bert! Als je dan toch nog in Zuidhorn blijft, zullen we er dan maar het allerbeste van maken?