Maria’s Mooie Mensen 246

Het zal je maar gebeuren: je komt ongelukkig ten val en vastgesjord op zo’n keiharde plank met je hoofd in de steunen, rijden ze je het ziekenhuis binnen. De hele weg heb je je afgevraagd of je nog weer kan lopen of dat er ander onheil wacht. En daar komt dan de dokter die hopelijk verlossing brengt, maar in plaats daarvan is het eerste wat hij zegt: ‘wat denk je er zelf van?’. Het lijkt wel dé nieuwe diagnose in de medische wereld: ‘wat denk je er zelf van?’. Waar ik dacht dat dokters niet blij zijn met de mondigheid van patiënten en het continu rondzoeken op internet, loop ik het laatste jaar continu tegen dit vervelende antwoord aan op al mijn vragen. Als moeder van drie kleine kinderen loop ik meer bij de huisarts dan me lief is, maar nog altijd kom ik er niet bepaald vaak. Was het eerder gemiddeld eens per jaar; nu zitten we er een keer of vijf. Met kleintjes wil je nou eenmaal geen risico nemen en alle kinderziekten heb ik ook niet zo op een rijtje, dus toen dochterlief onlangs bont werd op voeten en handen was de hand-, voet- en mondziekte – waar ik echt nog nooit van gehoord had – niet bepaald het eerste waar ik aan dacht. De aanblik van haar gestippelde voetjes ’s ochtends bij het aandoen van haar sandaaltjes deden me aan zonneallergie denken en ik bedacht me dat ik daar even kien op moest zijn. Nietsvermoedend ging de dag om tot ik ’s middags opeens ook gestippelde handjes ontdekte. De beentjes vertoonden ook al uitslag en dus pakte ik de telefoon maar even. Ik moest er even tegen praten want: de dokter had al niet eens koffie kunnen drinken zo druk was het, maar goed dat kwaad was al geschied, dus nog een stippelkind erbij in de agenda zou toch wel lukken. Zoals gewoonlijk liep het allemaal wat uit, dus braaf zaten wij vanaf de gevraagde 16.10 uur in de wachtkamer waar we om 16.30 uur hoorden dat het nog even zou duren. Maar goed, uiteindelijk konden dan ook wij die felbegeerde spreekkamer binnenlopen waar dochterlief keurig haar handen en voeten toonde en ik weer die vervelende opmerking kreeg: ‘wat denk je er zelf van’. Nou heb ik ook een computer, weet ik hoe ik ‘gestippelde handen en voeten’ moet opzoeken op Google en kwam ik dus uit op de hand-, voet- en mondziekte. ‘Dat denk ik ook’, besloot de huisarts en was klaar om ons bezoekje weer af te ronden. Mijn vragen die volgden of bijvoorbeeld de kleintjes er erger ziek van konden worden, waren niet voorzien, maar hé ook mijn huisarts heeft een computer en ze zei luchtig: ‘ik google het wel even’. Misschien ben ik te kritisch of verwacht ik enorm veel van de mensheid, maar erg voldaan word ik niet van dit soort bezoekjes. En gelukkig is het nu allemaal onschuldig, maar ooit visten manlief en ik onze prachtige Georgia als baby van vier maanden blauw uit bed en ook toen hoorden we midden in de nacht in het ziekenhuis als eerste: ‘wat denkt u er zelf van’. Nou, wij denken dat een baby niet blauw hoort te worden en onze voorkeur gaat er naar uit dat dit niet weer gebeurt. Of we ook wilden dat ze het kind opnamen, werd ons gevraagd en wat we nu eigenlijk verwachtten van de arts aangezien het kind alweer blakend van gezondheid gezellig lag te kraaien op het aankleedkussen. Gelukkig hadden we thuis een computer en konden we ‘baby stikt bijna in bed’ intypen. We leerden er veel wat de arts ons niet kon vertellen. En gelukkig is ons meisje nu een blakend kind van 14 maanden. Maanden waarin ik een heel poos niet heb geslapen.