Maria’s Mooie Mensen 257

Nu de jongsten steeds mobieler worden, krijgen zij elke dag meer mogelijkheden. Je vindt ze dus opeens bij de snoepkast terug of halverwege de trap als het hekje niet dicht is. De dames proberen uit de kinderstoelen te klimmen of spelen samen schaterlachend kiekeboe bij het gordijn. En ze volgen mijn oudste dochter meestal op de voet. Als die gaat plassen, staan er twee kleine meisjes voor de pot te kijken. Wil ze televisie kijken, dan zijn de andere dames er als de kippen bij om trots een plekje naast haar op de bank in te nemen. En ook als ze speelt, willen ze het liefste overal aan mee doen. Dat betekent opeens heel veel delen en dat is niet altijd makkelijk. Zo zijn de katten nu opeens een zeer geliefde doelwit van de kleine meisjes. Eerder al waren ze er helemaal gek mee en probeerden ze de katten vanuit hun kinderstoel te lokken door geluidjes te maken die ze waarschijnlijk zelf heel aanlokkelijk vonden, maar de kat over het algemeen juist af schrok. Maar inmiddels kunnen ze er volop achter aan rennen en komen ze al een heel eind richting ‘mauw’. En anders gooien ze gewoon de luchtkusjes in de strijd, waar de kat toch enigszins door gevleid is. Met mazzel blijft deze dan toch om de dames heen cirkelen die dan dolgelukkig beginnen te kirren en ‘aai’ roepen allebei. Het lukt ze zelfs ietwat zachtjes over de vacht te strijken en wanneer de kat het goed vindt, leggen ze het liefst hun hoofd plat op de kat. Lagen de katten eerder de hele ochtend voor de deur van mijn oudste dochter te wachten tot zij wakker werd en hun in bed dan plat knuffelde, inmiddels halen we met zijn drieën, de katten en ik dus, alle meisjes uit bed en mogen ook mijn jongste dames elke ochtend beginnen met het knuffelen van de katten. Oudste dochterlief is heel gek met haar zusjes en groeit in haar rol als ‘politieagente’ die fanatiek in de gaten houdt wat haar zusjes allemaal doen en vooral natuurlijk wat daarvan niet mag. Maar het delen van haar katjes, vindt ze lastig. En dus is ze een charmeoffensief begonnen waarbij vooral Zus het moet ontgelden. Deze rustige kat laat zich rondzeulen en optillen, allemaal met maar één doel voor ogen: het balletje. En dus gooit Olivia trouw het balletje weg, waarna Zus hem fanatiek ophaalt. Zoals het een echte kat betaamd, is Zus wel vrij lui aangelegd en is ze na een keer of acht lopen wel weer klaar met het balletje. Waarna het grote pamperen kan beginnen en Olivia terwijl ze roept dat ‘Zus écht geen energie meer heeft’ de kat weer optilt en plat knuffelt. Bijna onafscheidelijk zijn ze, ware het niet dat Zus niet heel kieskeurig is en ook best wel even wil knuffelen met mijn andere dochters. Met lede ogen kijkt Olivia dan toe en de politieagente in haar houdt goed in de gaten of alles wel gaat zoals het moet. Gelukkig had ze voor dat delen een goede oplossing gevonden. Zo hoorde ik ’s avonds voor het slapen gaan wel een heel raar geluid toen ik op haar bed een boekje zat voor te lezen. Het klonk als een kat, maar waar kwam het toch vandaan? Ik vond de arme Zus in de la onder haar bed, want ‘dat was toch een mooi plekje voor Zus?’ Lekker dichtbij als in: ver van de zusjes. Tja, dat delen is een hard gelag. Maar dan vooral voor de kat.