Maria’s Mooie Mensen 263

De tanden van de meisjes houden ons bezig. Ik hoor u denken: zijn die er nou nog niet door? Inderdaad, al meer dan een jaar lang hebben ze bij toerbeurt of gewoon tegelijk last van tandjesluiers – erger wordt het niet -, heel veel kwijl, gejengel en slechte nachten. Maar dat is niet waar ik nu op doel. Want inmiddels beschikken beide dames over een prachtig en bijna compleet nieuw gebitje. Nog één rondje kiezen en ik zeg: geen tandjesluiers meer in huize Wijnands. Ik zit er serieus over te denken om de vlag een dag uit te steken. Ware het niet dat regelmatig de feeststemming over het zo goed als complete gebit wordt verbroken door een nieuw fenomeen: wie valt er het eerst een tand uit zijn mond? Vooral onze Rachel is een fanatiek valler en mist inmiddels al van beide voortanden een stukje. Waar ik bijna begon te wanhopen dat ze wellicht niet goed zou zien of er iets anders mis zou zijn, begon onze Georgia aan een inhaalslag en wist ook in no-time een stuk van haar voortand af te breken. Nou gaat dat over het algemeen geruisloos en zonder dat je het merkt, maar wanneer de bewuste tanden ook nog eens een lip meepakken in de val, dán ben je echt aan de beurt. Inmiddels heb ik menig bloedbad achter me liggen. Van lippen die blauw uitslaan tot aan lippen die helemaal open liggen, heb ik al op mijn reddings-repertoire. Gelukkig, verzuchtte ik tot kort geleden, gebeurt het telkens redelijk onschuldig thuis en is het snel op te lossen. Tótdat Rachel besloot op de weg richting de peuterspeelzaal eens een goede buikschuiver te maken over de grindtegels aldaar. De lip schuurde ook lekker mee over die vreselijke tegels en een bloedbad was het gevolg. Of de tanden er überhaupt in zaten, kon ik niet meer zien en ik dankte op dat moment God op mijn blote knieën – als ik tenminste niet één huilend en bloedend kind op de arm had gehad en een ander die haar kans schoon zag en gauw wegliep bij me had – dat ik een heel pak zakdoekjes in mijn jaszak had gestopt. Terwijl ik pogingen deed het bloeden te stoppen, probeerde ik wegloper Georgia met mijn voet weer de bibliotheek waar ze stiekem naar binnen was geglipt, uit te duwen. Visioenen van bebloede boeken verdrong ik en ik besloot me te richten op de tanden van Rachel en deed stiekem schietgebedjes dat die er nog in zaten. Voor een niet-gelovig persoon had ik God die dag toch wel vaak nodig. En het leek erop dat hij met me meeleefde, want uiteindelijk kwam alles weer goed, zaten de tanden er toch gewoon nog in en stopte het bloedbad. Thuis waagde ik mijn kans dan maar en hoopte hardop dat dit dan toch echt de laatste keer was dat die tanden er bijna uitlagen. Prompt gleed Georgia uit over een rondslingerende deken en ja hoor: weer een tand door de lip. Ik heb dus toch besloten eerst maar ongelovig te blijven. En mijn dames te trainen in de judo-rol om verdere ongelukken te voorkomen.