Maria’s Mooie Mensen 269

Wonderlijk hoe snel het leven kan gaan. Nog maar vier jaar geleden zette ik een klein meisje op de wereld. Ik mocht haar al die tijd zien opgroeien en worden tot de zelfstandige dame die ze nu al is. En afgelopen week moest ik haar voor het eerst echt loslaten. Waar je al die eerste jaren ermee bezig bent ze veiligheid en geborgenheid te bieden en te zorgen dat je hoe dan ook – oftewel ondanks werk, huishouden en andere beslommeringen – veel bij haar bent, geef je ze nu opeens echt uit handen als ze naar de basisschool gaan. Een zorgvuldig opgebouwd ritme moet over de kop en dagen die bestaan uit rustig omlummelen in de pyjama zijn even verleden tijd. Het is prachtig dat ze nu weer verder kan groeien, dat ze zich kan optrekken aan andere kinderen. En ergens voelt het fijn dat ook een ander zich serieus gaat bemoeien met die ontwikkeling van haar en ik niet meer de enige ben die vooral ervoor zorgt dat ze wel goed gaat praten, kan tellen of de letters leert. En wanneer ik naar haar twee jongere zusjes kijk, vraag ik me bij tijden af hoe het toch weer moet lukken ook die twee weer alles te leren wat ze nodig hebben in het leven. Terwijl daar langzaamaan de eerste woorden uitrollen – mama, heel veel mama, papa, oma en favoriet opa, maar ook eten en poep, want daar zijn ze allebei goed in, het liefst ook in die volgorde – draaide het afgelopen week allemaal om grote zus. Met zijn drietjes brachten de meisjes en ik haar weg. Ze moest er perfect uitzien had ze bedacht en daar ging ze dan gehuld in haar roze jas, berenmuts op en daaronder haar favoriete paardjesjurk. Om haar nek een kettinkje met een roze hartje die net zo fonkelde als haar oogjes van verwachting. Hoewel er duidelijk spanning was, had de nieuwsgierigheid de overhand. Even pakte ze me nog vast toen ze voor het eerst op haar eigen stoel plaatsnam in de kring. Of ik nog even bij haar kon blijven, want ze zou me zo missen. Maar al snel kwam er een nieuwsgierig meisje naast haar zitten, vergeleken ze hun roze jurken en showde mijn meisje haar ketting en het andere dametje haar oorbellen. ‘Nou mama, ik denk dat je wel kan gaan’, zei ze dapper en gaf haar zusjes nog een dikke smak. En daar ging ik, zonder kwebbelende tante weer naar huis, uitgezwaaid door een volledige groep kleuters, mijn meisje in het midden. Ik zou liegen als ik het niet heel erg wennen vond, maar wat is het haar gegund.