Maria’s Mooie Mensen 270

Je zou denken dat het fantastisch moet zijn om altijd iemand bij je te hebben op wie je blind kan bouwen. Een maatje voor het leven die er altijd voor in is om samen kattenkwaad uit te halen of gekkigheid te maken. Maar als je dik anderhalf bent en de wereld normaal gesproken alleen om je eigen nukken en wensen draait en je er zeker nog niet mee bezig bent om rekening te houden met een ander, dan is het wel eens lastig om een zusje te hebben die zo goed als altijd bij je is. En hoewel mijn tweelingdochters het concept delen echt wel door de strot geduwd hebben gekregen aangezien ze in de baarmoeder al hand in hand lagen, is dat voor hun niet anders. Heel leuk zo’n zusje, maar oh wat lastig ook. Even onverwachts voor hun als voor mij kan de sfeer tussen de ‘kattekopjes’ omslaan. Het ene moment liggen ze zich giebelend samen achter het gordijn te verstoppen, een volgende staan ze allebei te huilen omdat het even te ruig ging en de dames bovenop elkaar belanden. Tot zover gaat het prima, maar dan komen ze allebei met de armen in de lucht op mij afgerend. En dulden ze de ander écht niet om ook getroost te worden. Vooral onze Georgia heeft er een hekel aan mij te delen als het haar niet uitkomt. Ze begint al luid ‘nee’ te roepen als ze Rachel op het verkeerde moment aan ziet komen en schuwt harde acties richting haar zusje niet. Zo klein als ze is, weet ze al vol overgave een klap te geven of een harde duw uit te delen. Negen van de tien keer valt Rachel dan dramatisch op de grond, moet ik Georgia berispen waarna ook die ter aarde stort, maar dan juist boos. En daar sta je dan, twee gillende dames voor je voeten en wie ga je het eerst oppakken. Belangrijk vinden wij het dat ze het samen goed maken, hoe klein ze ook nog zijn. Maar ook dat heeft wel eens voeten in de aarde. Wanneer Georgia het speelgoed letterlijk uit Rachel haar handen grist, moet ze het van ons teruggeven. Schoorvoetend loopt ze dan richting haar zus om zich vaak vlak voor de overgave toch nog te bedenken en hard weg te lopen. Het kan ook gebeuren dat ze geen toenadering zoekt en na enkele aanmaningen van mij het gestolen speelgoed dan maar onze kant op smijt. Je ziet het haar denken: ‘dikke zeikerds’. Wonderbaarlijk genoeg hoeft Rachel het speelgoed dan vaak niet meer en al zuchtend ga ik weer over tot de orde van de dag terwijl de dames gewoon weer hun ding gaan doen. Is het alleen maar ellende hier? Absoluut niet. Veel vaker wordt er gelachen en kattenkwaad uitgehaald. Een tweelingzusje voelt je nou eenmaal feilloos aan en dat is wel handig als je net even wat hulp kan gebruiken om de kast leeg te roven. En als er echt wat is, dan staan ze er voor elkaar, ook nu al. En zo zat ik gister nog met een ontroostbare zieke Rachel op de bank en zag ik Georgia er bezorgd aan komen tippelen. ‘Aai’ zei ze tegen mij terwijl ze een hand op de rug van haar zusje legde. Om zich vervolgens lekker tegen haar en mij aan te nestelen, de hoofdjes tegen elkaar aan. ‘Wat zijn jullie lief’, ontglipte mij, waarop de dames ‘ja’ in koor antwoorden. Het komt allemaal wel weer goed.