Maria’s Mooie Mensen 277

Wie aan mijn oudste dochter vraagt hoe de basisschool haar bevalt, zal louter lofzang ontvangen. Ze vindt het prachtig, gaat zonder morren heen en komt immer blij weer thuis. Waar ze eerst nog om het hardst riep dat ze nooit naar de basisschool wilde gaan, wil ze nu geen dag missen. Voor haar was het niet nodig rustig te wennen of halve dagen te draaien, ze wil erbij zijn en geniet er volop van. Als je mij vraagt hoe het basisschoolleven bevalt, zal ik even zuchten. Van een bestaan wat ik redelijk onder controle had, zijn de dagen nu weer gevuld met nieuwe uitdagingen als gymkleren die mee moeten op het juiste moment en margedagen die elke planning weer overhoop gooien. Elke dag is het ploeteren om ’s ochtends op tijd aan te komen, om twaalf uur staan we er weer om vervolgens om één uur mijn meisje gauw bij manlief in de auto te schuiven. En dan om kwart over drie is het laatste taxi-ritje van die dag. Werken voelde nog nooit zo rustig als nu. En de kleine meisjes moeten in het straffe ritme mee. Iets wat met wisselend succes plaats vindt. Waar ze gewend zijn lekker tot een uurtje of acht te slapen, staan ze nu rond die tijd al met de jas aan klaar om de auto in te stappen. Om ze een beetje schappelijk – lees: niet te humeurig – uit bed te krijgen heb ik een goede troef. Oudste dochterlief neemt de ondankbare taak op zich om ze voorzichtig wakker te maken. Bij haar toveren ze meestal direct een lach op het gezicht waar ze mijn komst ’s ochtends vroeg met gemopper en gejengel begroeten. Na het eerste rondje auto in, auto uit, Olivia naar binnen brengen, dag zeggen, auto weer in en auto weer uit, begint er een lange ochtend voor ons. Meestal té lang. Dus rond een uur of elf gaat de één op de grond liggen spelen, de ander wordt wat jengelig en de tv gaat wat meer aan. Op de dagen dat ik ook een boodschapje nodig heb, heb ik de keus tussen een rondje supermarkt om half negen wanneer je het gevoel hebt dat het echt belachelijk is dat je überhaupt al in een supermarkt loopt of na elven wanneer er meestal wel één van de dames op standje huilen staat. Er is nog een horde te nemen als we dan om twaalf uur bij school moeten staan, want de kunst is iedereen wakker te houden. Iets waar ik vaak jammerlijk voor zak en dus wachten me als ik Olivia weer heb gevonden in de auto twee ronkende meisjes. Die vervolgens nog een broodje moeten eten en een echt slaapje moeten doen – nooit een keer dus. Meestal gaat het dan als volgt: de ene valt té laat alsnog in slaap, de ander slaapt nooit een keer en wordt ontzettend druk. Compleet uitgeblust en met één huilend en één weglopend kind kom ik dan vaak de allerlaatste keer bij school aan. Het schijnt dat we er allemaal weer aan gaan wennen. Net zoals er ooit een moment is dat de woedebuien overwaaien, ze alles zelf kunnen zeggen, zich zelf kunnen aankleden, iedereen op de pot plast en we elke nacht heerlijk doorslapen. Ooit. En tot die tijd trekken we eens een extra doosje rozijntjes los en drink ik wat meer koffie dan gebruikelijk. Misschien moet ik daar eens een kalmerend thee-tje van maken.