Maria’s Mooie Mensen 283

Een jaar is maar zo voorbij. Een lange winter, een voorjaar wat niet op gang komt, een zomer die zich kort laat gelden en dan die vreselijke herfst. We gaan van verjaardag naar vakantie naar feestdagen en knallen wat vuurwerk weg. Bijna een jaar geleden namen wij afscheid van mijn opa. Oude opa, die ergens geliefd en gevreesd was bij de achterkleinkinderen. Gek op ze was hij, maar zo gek dat hij vlak boven ze hing en ‘kiek, kiek’, kiek’ of ‘ba, ba, ba’ riep. Geen baby die dat zonder tranen doorstond. Later was hij de opa zoals ook ik hem kende, de opa die je wild in zijn greep hield en waar je mee kon vechten. Met een fanatisme zoals hij dat bij alles aan de dag legde. De opa die trouw mijn columns las, die trots was op ons allemaal. Trots op wat we deden, trots op de dingen die we verkozen niet te doen en trots op waar we stonden in het leven. De opa die óveral bij aanwezig was. En dus ook de opa die een grote leegte achterlaat. Degene die als eerste ons verliet. Met mijn 33 jaren is dat een prima prestatie natuurlijk, pas de eerste die me ontvallen is. Én, zegt mijn moeder dan met dezelfde toon als hij zou kunnen, hij was ook de eerste die zou moeten gaan. Want het zou niet goed zijn als wij voor hem zouden gaan. Al met al een jaar vol herinneringen wat achter ons ligt. Niet de herinneringen die erbij komen, maar de herinneringen die een nieuw plekje krijgen. Extra waarde hebben opeens, omdat er niks meer bij komt. En gekoesterd worden, opgepoetst en opeens boven komen drijven. Ik herinner me de opa die mijn als student gestolen fiets wel eens met me zou gaan zoeken, de opa die meeging naar de welstandscommissie en daar de beste man eens flink aan de tand zou voelen. De opa die menig scheidsrechter terroriseerde bij de voetbalwedstrijden van mijn broer en de opa die het presteerde een ei te bakken op de onderkant van een poffertjespan. De opa die bij het buffet even vanaf de andere kant begon met opscheppen, want daar was het mooi rustig. Die keihard muziek draaide in de tuin als hij lag te zonnebaden en het koor van ‘Era’ ons al van verre toegemoet kwam. Hoe hij zonder bril zo goed als niemand herkende, maar toch ijdel en koppig zo door bleef lopen. Als enige kleindochter kon ik dat euvel goed ondervangen: met een ‘dag opa’ was het wel helder wie ik moest zijn. Het zijn als puzzelstukjes die in elkaar vallen en een jaar later is die puzzel nog lang niet klaar. Gelukkig hebben we nog zoveel mooie herinneringen om op te teren. Want we moeten nog heel wat jaartjes door.