Maria’s Mooie Mensen 285

Afgelopen week had ik het voorrecht er weer een jaartje bij te schrijven. En zo’n verjaardag is nou eenmaal altijd weer een moment om even terug te blikken op de jaren die achter je liggen. Het leven lijkt bij tijden om te vliegen en op geen enkele manier voel ik me ook echt 34; de leeftijd die ik nu net bereikt heb. Met verwondering zie ik soms bekenden uit mijn jeugd rondlopen met ‘wél drie kinderen’ om vervolgens te constateren dat ik zelf inmiddels ook drie dames achter me aan heb sjokken. Het lijkt maar kort geleden dat ik nog studeerde en me helemaal niet bezig hield met kranten of verhalen, maar nog meende dat de makelaardij een mooie toekomst voor me in petto zou hebben. Onvoorstelbaar wat een leven ik toen nog had: wie alle tentames in één keer wist te halen, kon de herkansingsperiode – waar nogal ruim voor was ingeroosterd – als vakantie bijschrijven en daardoor had ik vanaf half mei tot aan het nieuwe collegejaar wat begin september zou starten bar weinig te doen. De opleiding ging me goed af; zo goed zelfs dat ik uit verveling ook buiten de opleiding om alle diploma’s die maar met het vakgebied te maken hadden, ging halen en me zelfs op de tentamenweken meldde bij de opleiding toerisme om hun tentamens Spaans ook nog even mee te pakken. Aan studiepunten geen gebrek, maar als dochter van twee journalisten zag ik het toch wel als een ernstige taak om hoe dan ook die studiepunten voor het vak ‘schrijven’ binnen te halen. Wat een makelaar hiermee moet, lijkt misschien een terechte vraag, totdat je de inhoud van dit vak weet en dat draaide louter en alleen om het schrijven van een zakelijke brief. Maar liefs drie maanden lang wist een in strak mantelpak gehulde vrouw ons hierover te drillen, waarbij ze het zeker niet naliet haar favoriete zin ‘makelaars kunnen niet schrijven’ meermalen per college te laten vallen. Het werd een soort van erekwestie om die vreselijke zelfingenomenheid en dat vreselijke vooroordeel eens een goede dreun uit te delen. Wat ik nodig had, was maar weinig: om dit tentamen te halen, moesten we een goede brief op papier zetten naar aanleiding van een casus. Ik hoor het haar nog zeggen: ‘kom fris en uitgerust, neem je pen mee en ga rechtop zitten én vergeet vooral je tipp-ex niet’. Het is die tipp-ex die me ietwat in de war bracht en op de één of andere manier had ik me in mijn hoofd gehaald dat je maar één papier zou krijgen en het daarmee zou moeten doen. Immers: ‘een goede brief schrijf je in één adem uit’. Op zich geen probleem, ware het niet dat ik in mijn strijd en overtuiging dat ik de eerste makelaar zou zijn die zou laten zien dat ze wel kan schrijven, misschien ietwat te hard van start ging en prompt vergat een adres bovenaan te schrijven. Ik was inmiddels drie alinea’s ver in mijn brief toen ik dit ontdekte. En ik had me in mijn hoofd gehaald dat ik het met dit ene papiertje moest doen. Gelukkig was daar de tipp-ex en kalkte ik het hele voorblad wit met dit goedje. Daaroverheen schreef ik de perfecte brief, maar de credits kon ik vergeten. ‘Een uitstekend geschreven brief maar niet aan te zien door die vreselijke laag tipp-ex’ was het commentaar wat me een magere 5,5 opleverde. Destijds was ik een illusie armer, het arme mens zou er nu veel meer kwijt zijn als ze wist wat ik tegenwoordig deed. Deze makelaar kan prima schrijven, ze heeft er zelfs haar beroep van gemaakt.