Maria’s Mooie Mensen 289

Mijn jongste dochters werden afgelopen week twee jaar oud en voor wie het even vergeten is: twee is de gevreesde leeftijd waarop ‘nee’ het woord is wat standaard over hun lippen rolt als je iets van ze wilt, terwijl ze zelf bij het horen van dit woord reageren alsof ze net gehoord hebben dat ze nooit meer een koekje mogen. En dát zou in het geval van mijn dochters – die al bij het ontbijt beginnen met ‘mama koekie?’ – zeker een ramp van wereldformaat zijn. Nou is die hang naar koekjes wellicht ietwat aan mij te wijten aangezien ikzelf ook graag eens een koekje weg kaan, maar die allergie voor het woord nee als het door mij uitgesproken wordt en die wonderlijke tegenstelling in hoe vaak zij zelf wel dit woord mogen hanteren, dát is nou echt de leeftijd. Ik weet dat, manlief weet het en ook mijn oudste dochter zucht het al: elke woedebui en ieder tranendal waarbij ze zich ter aarde storten is vooral komedie en ‘het is de leeftijd’. De hele dag door zien we wonderlijke transformaties van kinderen die alles uit de kast trekken om hun zin te krijgen, het hele huis bij elkaar schreeuwen en aan mijn benen hangen om vervolgens zodra ze beseffen dat ze die zin niet krijgen ook zo weer opstaan en verder gaan met spelen. Probeer dan nog maar eens heel opvoedkundig verantwoord niet te lachen. En dat opvoedkundig verantwoord bezig zijn kost veel energie. Geen wonder dus dat de zestienjarige cassière die afgelopen week probeerde medelijden te tonen door te zeggen ‘ze zal wel moe zijn’ terwijl één van mijn dochters de hele winkel bij elkaar gilde, niet meer kon rekenen op een aardig praatje terug. ‘Nee ze is niet moe, ze is strontvervelend’. Daarbij vertelde ik haar maar niet dat dit kwam door de levensgrote Bumba zuil gevuld met speelgoed van deze irritante maar door mijn dochters geliefde clown die de winkel tactvol – of misschien wel niet? – had geparkeerd bij het schap waar ik immer wat nodig heb: de babyspullen en luiers. Waar één van mijn dochters simpelweg meeging in mijn ‘prachtig kind, leg maar weer terug dan gaan we verder’ was de ander uiteraard met geen enkele andere mogelijkheid meer mee te krijgen dan huilend en vastgebonden in de kar. Gelukkig heeft deze leeftijd ook veel mooie momenten. Twee kleine meisjes ontdekken niet alleen dat het lastig is om samen te spelen, maar veel vaker nog dat het leuk is samen van alles te doen. En regelmatig zie ik ze schaterlachend elkaar kietelen, zie ik hoe ze wedstrijdjes doen wie het snelst van de glijbaan gaat of zie ik hoe ze samen op hun buik in de zandbak liggen. En het mooie aan zo’n tweelingzus is dat manlief en ik zonder problemen kunnen inschatten wanneer het menens is met de tranen en wanneer er puur komedie gespeeld wordt. Zolang de ander namelijk gewoon door eet alsof er niet een sirene aan de andere kant van de tafel zit, zal die sirene vanzelf wel ophouden. En inderdaad: zonder uitzondering gebeurt dit, de reden van het verdriet allang vergeten en opeens etend alsof er nooit gehuild is. Waarop ze elkaar nog even belangstellend polsen: ‘lekker, Georgia? Ja, jam jam’. En ook dan worden wij geacht ons opvoedkundig verantwoord te gedragen, maar dat gaat ons meestal slecht af.