Maria’s Mooie Mensen 305

Als je kinderen nog klein zijn, is het maar lastig inschatten wat er later van ze zal worden. Als je geluk heb, krijg je soms een kleine glimp mee van een talent wat zich wellicht ooit gaat ontwikkelen of een passie die misschien wel hun hele leven blijft bestaan. Soms zie je periodes lang in overvloed een voorkeur ontstaan en zo hulde mijn neefje zich – wellicht ietwat gevoed door de koopdrift van zijn oma – jaren in brandweerpyjama’s, aangevuld met bijpassend ondergoed en sokken, een heuse helm en dito loopfiets, maar de meeste kinderen zijn een heus onbeschreven blad als het gaat om de toekomst. Mijn oudste dochter vult sinds ze op de basisschool zit heel wat vriendenboekjes en haar antwoord op de standaardvraag ‘wat wil je later worden’ varieerde al van mama tot aan dokter. Uiteindelijk is het niet interessant wat ze later precies gaan doen, als ze maar heel gelukkig zijn. Maar dat cliché maakt bij tijden  – helemaal als je zoals in ons geval een met eeneiige tweeling ook nog eens één op één vergelijkingsmateriaal hebt lopen – wel eens plaats voor een rondje fantasie over de toekomst van onze meisjes. En waar we van onze oudste verwachten dat zij de wereld ongetwijfeld een stukje beter en mooier zal maken, weten we van de allerjongste totaal niet welke kant het op zal gaan. Met het vuur in haar ogen heeft ze genoeg pit om straks waarschijnlijk goed te weten wat ze wil, maar haar impulsiviteit verraadt ook dat ze ongetwijfeld nog heel wat omzwervingen gaat maken. De oudste kondigt dan weer regelmatig aan dat ze later naar Afrika wil of ver weg gaat, dus wellicht vertrekken ze samen. Onze middelste steekt fysiek nogal af tegenover haar zusjes. Ze is atletisch en sterk en ze springt uren achtereen als een heus Olympisch gymnast op de trampoline. Haar hardlopen is ongekend. Ze lijkt net zo’n Afrikaan die je wel voorop ziet lopen in marathons en loopt heel makkelijk heel lang. In Italië zag ik even de glimp van de ‘nieuwe Daphne Schippers’ die ze in zich heeft. Bij het uitchecken van ons hotel onderweg had ik daar een helder moment en vroeg gelukkig nog aan de balie aan manlief in welke tas de paspoorten zaten. Die verslikte zich prompt in een slok water toen hij zich opeens realiseerde dat die documenten nog in de kluis zaten. Als een malle griste hij de sleutel van de kamer nog weer uit de handen van de receptioniste en trok een sprintje door de lange gang naar de lift. Verbouwereerd bleven de dames en ik achter en terwijl ik opgelucht wilde uitademen, bedacht onze Georgia zich niet en zette de achtervolging naar haar vader in. Ik riep en riep maar mevrouw liet zich niet tegenhouden. Ze vond haar ‘modus’ en sprintte om het leven. Met een gemak waar je u tegen zegt, bleef ze me zonder problemen voor en bereikte haar vader sneller dan dat de liftdeuren open en dicht gingen. Met een rood hoofd volgde ik en ik kon nog net uitbrengen ‘neem haar mee’. Terwijl zij tevree de lift in stapte, kwam ik op adem bij mijn andere meisjes. Later, dacht ik, als zij haar eerste gouden medaille wint, zal ik ze op tv eens vertellen hoe ze als tweejarig meisje al haar eerste record verbrak in de lange gang van een Italiaans hotel. Waarschijnlijk hoor ik mijn hoofd nog die voetstappen van haar galmen door die gang.