Maria’s Mooie Mensen 316

In de categorie ‘de kinderen vinden het zo mooi’ gingen wij afgelopen weekend met onze dames zwemmen. Nou ben ik niet een heel groot watermens van mezelf, dus dat is voor mij niet bepaald de hemel op aarde. Liever word ik niet nat, maar dat gaat zo lastig in een zwembad vol spetterende kinderen. Altijd weer word je voor de gek gehouden zodra je het zwemfestijn binnentreedt. Het verschil in warmte binnen is met de kille noordoostenwind die buiten nog om je oren giert enorm en dus is het in het te krappe kleedhokje nog gehuld in winterjas en toebehoren direct zweten geblazen. Uitpellen die kleren bij de meisjes en jezelf is het devies, alleen ontdekten manlief en ik een wonderlijk manco aan het gezinshokje wat we ontdekten: er zat geen slot op. Heel charmant sta je er niet op als een wildvreemde denkt binnen te stappen terwijl jij gehuld in bikinibovenstuk probeert je spijkerbroek uit te pellen. Eenmaal in de zwemkleding restte de uitdaging alle dikke jassen, vieze laarzen en schone kleren enigszins redelijk in een altijd te klein kluisje te proppen en kon het feest beginnen. En wie denkt dat die tropische warmte heel aangenaam is in zo’n bad, heeft het mis. Want eenmaal geacclimatiseerd aan de ruimte en ontdaan van winteroutfit en slechts gehuld in bikini die het op het strand in Italië nog goed deed, maar nu nergens op lijkt te slaan, is het alleen nog maar koud. Ook het water valt standaard tegen. Waar ik het liefst alleen de tenen erin steek, duiken de dames echter vol enthousiasme erin. Manlief en ik blazen ons nog even duizelig op drie paar bandjes en drie zwembanden die uiteindelijk niet aangeraakt worden, maar écht wel opgeblazen moesten worden en dan kan het feest echt beginnen. Het lastige is: je bent niet alleen in zo’n bad. Het liefst houd ik als een ware havik mijn kinderen scherp in het zicht om elk risico op verdrinken zo klein mogelijk te houden, maar er zijn zoveel andere kinderen die ook door mijn beeld lopen. Mijn dames zijn zich er op geen enkele manier van bewust hoe hun moeder zich angstvallig afvraagt of ze zich in leven houden en dartelen lekker door het water. Ze drijven op de buik, gaan twintig keer van het glijbaantje en spetteren met de sproeiers. Wanneer eentje ontdekt dat ze ook prima op de buik van de glijbaan kan, volgt de rest uiteraard ook en moet die houding ook twintig keer uitgeprobeerd worden. Manlief en ik kunnen elkaar niet verstaan met al het getetter in het echoënde bad, maar concluderen toch dat we ons omringd weten door een mengelmoes van Duiters en Belgen. Niet iets wat de feestvreugde verhoogt. En de lading water die één van de Belgen vervolgens per ongeluk ook over mij spat werkt daar ook niet aan mee. Als we een kind spotten dat gehurkt op de rand van het kleuterbadje overduidelijk zijn luier vol poept en vervolgens weer lekker verder speelt in dit bad, besluiten we het diepe maar op te zoeken. De kou overvalt gelukkig ook mijn kinderen en we zouden bijna juichen als de eerste begint te klappertanden: het is tijd om eruit te gaan. Uiteraard is dit lastig te accepteren door mijn meisjes. Als je de illusie hebt dat je je prima redt in het water en best wel zelf kan zwemmen ook al ben je twee, dan wil je echt nog wel even door als je ouders anders besluiten. De dames huilen bij het verlaten van het bad, terwijl wij de opblaasbanden weer leeg laten lopen, de spullen weer uit het kluisje halen en iedereen uit de natte kleren pellen, afdrogen en weer aankleden. En dan durven ze daarna toch te vragen of we nog een keertje gaan.