Maria’s Mooie Mensen 319

Vroeger was ik ontzettend bang voor spinnen. Wanneer zo’n klein zwart beestje zich ergens boven mijn kamerdeur had genesteld, kon het maar zo zijn dat het voor mij een onmogelijk grote opgave werd deze deur te bereiken. Mijn ouders waren in de veronderstelling dat ik heerlijk lang sliep, totdat mijn slaapje toch wel erg lang duurde en ze me eindelijk van het vreselijke beestje verlosten. Ik zie dat mijn dochters er ook wel een handje van hebben hun angsten ietwat over te waarderen. Soms zijn ze bezeten van hoogmoed – zo denkt één van mijn tweejarigen dat zij wel auto kan rijden -, maar vaker neemt de voorzichtigheid de overhand. Alle dames waren afgelopen week helemaal van de mik toen ik hout voor de kachel aan het slepen was. Telkens als ik de achterdeur open deed, reageerde de deur van de woonkamer door uit het slot te trekken. Alsof ze water zagen branden, riepen de dames mijn naam en wezen ze met grote ogen naar het geluid van de klapperende woonkamerdeur. Mijn uitleg dat dat toch echt door mij kwam, omdat ik telkens de achterdeur open en dicht deed, wilde er niet in. Mijn apies voegden de daad bij het woord en klommen angstig in mijn benen. Het heeft misschien ook wel iets te maken met de spannende tijd waar die kinderen weer volop in zitten. Zelfs de grootste kindervriend van ons land roept niet alleen maar beelden van plezier en cadeaus op, maar wordt met argusogen bekeken. De kleintjes hebben ieder beeld van de Sint een week lang begroet met ‘eeeeeeeeeeeeeng’. Oudste dochterlief constateerde droogjes dat ze Zwarte Piet niet zo eng vond, maar liever niet dichtbij de Sint kwam. ‘Hoor wie klopt daar kinderen’ roept bij mijn meisjes geen associaties met gevulde schoenen op, maar doet ze eerder denken aan de spoken in hun potjesboek wat hun probeert te illustreren dat écht iedereen op het potje gaat. Gevolg: potje weken in de ban, want er komen spoken aan als je daar met je blote billen op zit. Tja, als je twee bent, is nou eenmaal niet alles heel reëel. De intocht hebben ze inmiddels doorstaan door Zwarte Piet vakkundig weg te kijken en zelfs de pepernoten werden uit voorzorg geweigerd. Volgende week wacht nog een bezoekje aan de Goedheiligman die zich elk jaar een middag in het café in ons dorp ophoudt. Ik hoop voor hem dat hij zijn beste tabberd aan doet, want zoals het nu lijkt wachten er drie meisjes die hun beste ‘ik vind je heel eng’-blik inmiddels hebben geperfectioneerd en zullen de tekeningen die toch wel erg ijverig gemaakt worden – denk aan de cadeautjes! – aan zijn neus voorbij gaan.