Maria’s Mooie Mensen ‘Bert Swart’

Onderdeel van de normale vakantievoorbereidingen is vooruit werken. Wie bij ons er even tussen uit gaat, kan nog prima zorgen dat een groot deel van het werk alvast klaar ligt voor de achterblijvende collega’s. Dus hup, manlief en oudste dochter even de deur uit, kleintjes in bed en mama even aan het typen. Drie columns staan er op het programma die ik keurig uitwerk in het uurtje dat me gegund is en die ik tevreden de maandag erna op het bureau van collega Richard deponeer. Nog even zorgen dat alle koffers gepakt worden, dat iedereen in de auto komt en een paar dagen later laten wij al vroeg Nederland achter ons. En zoals dat gaat met vakantie verdwijnen zorgen snel naar de achtergrond en maken wij ons nergens anders meer druk om dan de kilometers die we moeten afleggen tot aan Italië.  En die gaan maar moeizaam voorbij. In Duitsland raken we verzeild in een monsterfile van bijna twintig kilometer en wordt er veel gevraagd van het geduld van de drie meisjes op de achterbank en dus ook het geduld van papa en mama. Terwijl ik het derde doosje rozijntjes ter vermaak in de handen druk, piept mijn telefoon. Hoewel het zweet me eerder nog op de rug stond – kleine kinderen die kiezen krijgen een hele dag  in de auto stoppen, is een pittige onderneming – krijg ik meteen kippenvel. Burgemeester Bert Swart is overleden. Ontzettend treurig nieuws en eigenlijk is het gewoon niet voor te stellen. Het is amper twee maanden geleden als we opgeschrikt worden door het bericht dat Bert Swart op Koningsdag onwel is geworden. Juist op die dag denk ik terug aan die Koningsdag een aantal jaren eerder, waar Bert aanwezig is in Aduard en zich even verkeek op het programma. Waar hij dacht de opening te doen en thuis weer een kop koffie te drinken, blijkt het muziekkorps nog even uit te pakken en zijn praatje heel wat later gepland. ‘Oh’, vertrouwt hij fotograaf Erik dan toe, ‘Paula zit thuis met de koffie te wachten, ik meende dat ik er zo weer zou zijn’. Het bericht van toen schudde ik van me af: dat zal wel met een sisser aflopen. Hoe anders de gitzwarte werkelijkheid waar zijn Paula zich nu bevindt. En het plaatsen van de keurig vooruit gemaakte columns voelt nu niet meer goed. Dus vanaf een prachtig balkon in een nog mooier Italië probeer ik nu de juiste woorden op papier te zetten en dat valt niet mee. Laat ik maar gewoon naar voren halen hoe ik me Bert Swart graag herinner: als de man die een bos bloemen regelde toen hij in mijn column las dat ik getrouwd was, de man die altijd tijd voor ons had, de man met wie het meer dan prettig samenwerken was, met wie we ongelooflijk veel gelachen hebben en die kon praten als Brugman. Ik kan dat beeld niet van me afzetten van hem en Paula die samen op Schiermonnikoog een kop koffie op het gemeentehuis gingen drinken op de zaterdagochtend. Misschien heb ik dat wel niet goed begrepen of verkeerd onthouden, maar ik vond het zo passend voor hem, dat ik dit beeld nooit meer ben kwijt geraakt bij Bert. Een man met een enorme liefde voor zijn vak. Wat zal hij ongelooflijk gemist worden. En wat is dat een lastig kantoor om ooit weer te vullen. Het zijn héle grote schoenen om te vullen.