“Mensen in Grootegast noemen me een duizendpoot”

Grootegast Lintje

Vrijwilligster gedreven door dankbaarheid

GROOTEGAST – Je huis en je haard achterlaten, via omwegen in een totaal ander land terechtkomen; alles kwijt zijn en toch zonder aarzelen opnieuw beginnen. Shahla Chamanmah-Bayat vluchtte met haar gezin vanuit Iran naar Nederland en hoewel ze het zwaar had, begon ze al twee dagen nadat ze in ons land aan kwam vrijwilligerswerk te doen. Zelf zegt ze het helpen van mensen hier geleerd te hebben; maar velen hier kunnen nog veel van haar leren.
Het Centraal Meldpunt Migratie, de werkgroep Opvang Asielzoekers, Amnesty International, het Multifunctioneel Centrum van Grootegast, de bibliotheek in dit dorp en de Oude Ulo in Leek; Shahla staat voor alles en iedereen klaar. Geen wonder dus ook dat haar tomeloze veelal vrijwillige inzet dit jaar bekroond werd met een echt lintje. Een heuse bekroning voor iemand die uit Iran vluchtte, haar hele leven opnieuw op moest bouwen en zich inmiddels een echte Nederlandse voelt. “Já”, zegt ze doordacht, “ik voel me echt Nederlandse. Helemaal toen ik het lintje kreeg. Ik ben echt blij en trots. Op dat moment toen ik binnenstapte in die zaal en al mijn kennissen en buren zag, had ik nooit gedacht aan een blijk van dankbaarheid voor mijn vrijwilligerswerk. Eerst was ik zelfs even boos. Ik dacht: ‘mijn kennissen hebben hier een afspraak met elkaar waar ik niks van weet en wat ze mij niet wilden vertellen. Maar toen ik mijn oudste zoon zag en zelfs mijn broer uit Duitsland, toen kwamen de tranen.” Het lintje heeft Shahla met haar staat van dienst meer dan verdiend. Niet voor niks wordt ze in Grootegast vaak anders genoemd. “Mensen in Grootegast noemen me een duizendpoot”, vertelt ze met een grote lach.
En een duizendpoot mag ze genoemd worden. Een aanpakker ook. Slechts twee dagen nadat Shahla aankwam in het asielzoekerscentrum in Ter Apel begon ze al aan vrijwilligerswerk. “Ik had het heel moeilijk toen we net aangekomen waren in het asielzoekerscentrum. Hoewel het ontvangst goed was en iedereen veel moeite voor ons deed, was het voor mij daar te strak, te klein en te donker. Ik zat op het bed en zag de kamer: één stoel, een bed, donkere gordijnen. Het was voor mij een gevangenis.” Gelukkig was daar ‘mama Carolien’. Een vrijwilligster in het asielzoekerscentrum die meteen regelde dat Shahla zich nuttig kon maken op de nabij gelegen school.
“Zo snel? Ja, dat was echt toen ik maar twee dagen in Nederland was. Ik kon nog geen woord Nederlands. De kinderen in groep één en twee leerden me alles: de kleuren, alle spullen die er stonden. Ze zeiden: ‘blauw’. En dan zei: ‘blue’. ‘Nee, bllllaaauuuwww’. En zo ging het.” Shahla werkte er niet alleen aan zichzelf. Ze zorgde er ook voor dat de kinderen van het asielzoekerscentrum er terecht konden. “Ik wilde ze heel graag meenemen, omdat ze heel veel ruzie maakten. Ze kwamen allemaal uit verschillende landen en konden helemaal niet met elkaar praten. Op school kregen ze Nederlandse les, maar konden ze vooral bezig blijven.”
Vrij snel kreeg het gezin een verblijfsvergunning en konden ze het asielzoekerscentrum verlaten. Na een periode in Wildervank gewoond te hebben, kwamen ze terecht in Grootegast, waar ze nog altijd wonen. Met veel plezier zelfs. “De mensen hebben ons goed ontvangen. Dat vergeet ik nooit.” Al snel zette Shahla zich in voor van alles en nog wat. “Ik was overal”, lacht ze. “Hoe ik dat deed? Heel makkelijk. ’s Ochtends als ik wakker werd dan trok ik mijn kleren aan en ging ik aan de slag. Ik hou ervan tussen de mensen te zijn en ik word er blij van als ik mensen blij kan maken. Anders is mijn dag niet goed.”
Hoewel ze zich voor talloze organisatie inzet en inzette, is het natuurlijk geen wonder dat deze vrouw die zo dapper haar draai vond in een nieuw land, ook andere asielzoekers heeft geholpen. “Ik leerde als begeleider mensen hoe ze zich moeten aanpassen en hoe ze hier moeten leven. Toen ík hier kwam, heb ik alle buren een kaart gestuurd: wij wonen hier nu en jullie zijn allemaal welkom.” Nog altijd is ze actief voor het centraal meetpunt migranten. “We regelen huisvesting, een tandarts en huisarts en bijvoorbeeld de inrichting van het huis. Zelf ga ik ook vaak als tolk mee naar bijvoorbeeld het ziekenhuis.” Naast deze werkzaamheden zet Shahla zich ook nog altijd in voor Amnesty International. “Twee keer per jaar geef ik les op basisscholen. Ik wil de kinderen meegeven dat zíj wel alles hebben, maar dat er ook kinderen zijn die geen bed hebben, geen dak boven hun hoofd en geen ouders die thuis op ze wachten. Er zijn kleine kinderen die van 4.00 uur ’s ochtends tot 19.00 ’s avonds met hun kleine handjes moeten werken.”
Dankbaarheid is wat ze overdraagt, omdat ze dat zelf ook intens voelt. “Ik heb van Nederlanders geleerd hoe ik mensen moet helpen. ‘Mama Carolien’ heeft mij geholpen; dat was al de eerste les die ik kreeg. Ik ben een politiek vluchteling. Ik ben niet naar Nederland gekomen voor een mooier huis of beter eten. Wij zochten veiligheid. En nog altijd hebben we heimwee. Tuurlijk: oost west, thuis best. Maar als het niet veilig is, moet je ergens anders heen. En daarom ben ik dankbaar. Mensen hebben mij geholpen. Ik doe wat terug. Weet je wat het allermooiste is in dit land? Dat iedere ochtend dat ik wakker word, ik veilig ben. En dan wens ik vrede en veiligheid voor iedereen.”