Met Binne-Louw Katsma op #chernotrip in Tsjernobyl

“Of zij zelf de ‘mythe’ in stand houden? Dat zou best wel eens mogelijk kunnen zijn”

BUITENPOST/TSJERNOBYL – Het is zaterdag 26 april 1986 als in Tsjernobyl een ongeluk gebeurd met kernreactor 4. Al snel blijkt het verreweg het zwaarste ongeval in de historie te zijn met een kerncentrale. Grote hoeveelheden radioactieve stoffen komen vrij, met grote gevolgen voor de volksgezondheid. Niet alleen werd een gebied van 30 kilometer rondom de kerncentrale geëvacueerd, ook in omliggende landen slikte men fanatiek jodiumpillen om de nadelige gevolgen voor de gezondheid zoveel mogelijk te beperken. Wat de gevolgen qua doden precies zijn weet men nog steeds niet. Veelal omdat geleerden elkaar tegenspreken over welke kankergevallen wel toe te schrijven zijn aan de ramp en welke niet. Eén ding staat echter als een paal boven water; Tsjernobyl klinkt niet als een prettige vakantiebestemming. Zeker niet als men bedenkt dat het gebied in Oekraïne nog altijd onbewoond en afgesloten is voor de buitenwereld. Toch heeft de ramp de Buitenposter fotograaf Binne-Louw Katsma er niet van weerhouden het gebied op te zoeken. “Uit nieuwsgierigheid vooral”, aldus Binne.

Samen met collega-avonturiers Erikjan Koopman en Jacco Boomsma kwam het idee al eens ter sprake. Een roadtrip leek het drietal ontzettend leuk, maar waarheen? “Als fotograaf heb ik een fascinatie voor oude panden”, vertelt Binne. “En die zijn er genoeg in Tsjernobyl. Je ziet de foto’s en video’s weleens voorbij komen en wij wilden dit weleens met eigen ogen gaan bekijken.” Een bezoekje aan het rampgebied bleek echter nog niet zo gemakkelijk te zijn. Alhoewel gidsen regelmatig ‘toeristen’ rondleiden in het gebied, is Tsjernobyl niet vrij toegankelijk voor iedereen. Binne vertelt dat er een behoorlijke papierwinkel ingevuld moet worden om niet alleen Oekraïne in te mogen, maar ook het gebied zelf. “Daar komt bij dat ik met een drone wilde vliegen om mooie shots van bovenaf te maken. Ook daar moet je weer speciale vergunningen voor aanvragen.” Via de Nederlandse ambassade in Oekraïne kwamen de aanvragen rond, wat zeker voor de drone best nog een verrassing was. Binne: “Het zuiden van het land is oorlogsgebied. Daar is dus een vliegverbod. Ook voor drones.” De fotograaf was verheugd met de mededeling dat hij mocht doen waarvoor hij naar Oekraïne wilde komen; fotograferen met een drone. “En dan begint de roadtrip”, blikt hij terug. “Alleen de reis ernaartoe was al indrukwekkend. We hadden het idee om alles op social media te delen via de hashtag #chernotrip, maar daar kwam in de praktijk weinig van terecht. We reden vanuit Polen op de grens af met een GoPro bevestigd aan onze auto. Dat werd direct al een probleem. We werden gesommeerd om ter plekke de beelden te verwijderen. Toen ze daarna ook nog eens vroegen waar de reis heen ging en wij het eerlijke antwoord gaven was ook het laatste beetje vrolijkheid verdwenen op de gezichten van de douanebeambten.” Niettemin mocht het drietal doorrijden. Immers, de papieren waren allemaal in orde. “Dat heeft twee uur geduurd”, lacht hij, “maar goed, niet-Europeanen laten ze daar rustig een dag staan. Dus het kon erger.” Eenmaal binnen keken de heren hun ogen uit in het land dat jaren lijkt achter te lopen op West-Europa. Binne vertelt over de Lada’s die daar nog altijd de wegen onveilig maken. Dat ‘paard en wagen’ zich gewoon op de weg tussen de auto’s begeven en de wegen allesbehalve goed zijn. Meer dan eens wordt er onderweg uitgeweken voor gaten in het wegdek en gevaarlijk rijdende Oekraïners. “De eerste bestemming was Kiev”, aldus Binne. “Daar zouden we op zo’n 2,5 uur rijden van de zone verblijven. Een eind uit de buurt inderdaad. Gelukkig wist onze gids Alex nog een leuk Airbnb-adresje waar we konden blijven slapen.” Een uitkomst zo bleek al snel, want eenmaal voor de ingang van de zogenoemde Exclusion Zone –de poort naar binnen- kost het nog altijd veel tijd om ook daadwerkelijk naar binnen te mogen. “Al het papierwerk wordt eerst nog een keer grondig gecontroleerd. Dat je het land in mag, betekend nog niet dat je ook daadwerkelijk het rampgebied mag bezoeken. Voor ons stond een groep jongens die werden geweigerd. Eén  foutje in de papieren en de toegang word je ontzegt.” Wie wel naar binnen mag krijgt een hele set huisregels mee. “Zo mag je geen spullen oppakken en al helemaal niet meenemen”, weet Binne. “Eten, drinken en roken mag alleen in de auto en korte broeken en t-shirts zijn uit den boze. Het lichaam moet zoveel mogelijk bedekt zijn.” Eenmaal binnen werd de verbazing nog groter, schetst Binne. “Wonen gebeurd nog altijd niet in een straal van 30 kilometer rondom de kerncentrale, maar er werken wel veel mensen. Wie het gebied betreedt wordt geacht eerst de benodigde stempels te halen bij een hoge ambtenaar. Wie dat is? Geen idee, maar onze gids nam het uiterst serieus. Knoopjes werden dichtgemaakt, het jasje rechtgetrokken en de shirt bij de broek ingestopt.”

Geen straling

De gids is belangrijk bij de rondleidingen door het gebied. Niet alleen houdt hij in de gaten of zijn gasten zich wel aan de regels houden, ook vertelt hij over de ramp en het gebied. “Omdat er niemand meer woont, is het gebied flink overwoekerd met planten en bomen die ‘gewoon’ zijn gaan groeien in het wild en tussen de gebouwen in”, vertelt Binne. “Wij liepen daar tussendoor met de gids die links en rechts met een geigerteller liet zien dat het wel meevalt met de straling. Sterker nog, de straling is niet hoger dan in pak-em-beet Leeuwarden. Of zij zelf de ontstane ‘mythe’ van de ramp in stand houden? Dat zou best wel eens mogelijk kunnen zijn.” Binne beschrijft kapotte meisjespoppen die overal liggen en andere attributen die volledig uit hun plaats lijken te zijn. “Ik neig ernaar te denken dat deze spulletjes daar opzettelijk zijn neergelegd om de ramp –die van zichzelf natuurlijk al heel erg is- nog iets verder aan te dikken.” Ook is het drietal geen vreemde fauna tegengekomen. Geen elanden met drie geweien en geen vogeltjes met vier ogen. Tevens is de omgeving mooi groen en groeien er overal natuurlijk gekleurde planten die doen vermoeden dat het allemaal wel meevalt met de aanwezige radioactiviteit. “Toch zijn er ook momenten geweest waarop de geigerteller wél uitsloeg”, zegt hij. “Vooral dichterbij de kerncentrale. In Pripjat, een spookstad nabij kernreactor 4 waar ooit 50.000 mensen woonden. Brokstukken en bomen die onder deze stukken vandaan groeien lieten de geigerteller wel uitslaan. Net zoals de plantjes die onder het asfalt vandaan groeien wel radioactief zijn.” Er zijn gidsen, volgens Binne, die er een sport van maken nieuwe radioactieve elementen te vinden rondom de kerncentrale. Voor zijn drone-wensen was het bezoek aan de kernreactor een tegenvaller. “Daar mocht ik dus helaas niet vliegen”, meldt hij nog altijd teleurgesteld.

Duga-3

Wel mocht hij met de drone over de imposante Duga-3 radar vliegen. Volgens de overlevering werd deze radar gebruikt als waarschuwingssysteem voor vijandige projectielen, zoals raketten. Waarschijnlijk is dat ook de reden waarom de voormalige Sovjet-Unie drie dagen wachtte met het wereldkundig maken van de enorme ramp die zich destijds afspeelde. Immers, met het uitbrengen van het nieuws werd ook duidelijk dat op korte afstand van de kerncentrale dit enorme radarwerk stond. “Het bouwwerk is 146 meter hoog en 500 meter breed”, weet Binne. “Onze gids vertelde dat dit bouwwerk ‘top secret’ was en ook door militairen werd bewaakt. Het was in ieder geval een indrukwekkend geheel, waarvan ik blij ben dat ik hier heb kunnen vliegen. Het leverde een hoop mooie plaatjes op en daar is het als fotograaf toch om te doen, nietwaar?”

Anticlimax

Het bezoek van de drie avonturiers eindigde op dag 2 in het Red Forrest. Daar waar de rookpluimen een dag eerder nog opstegen vanuit een naastgelegen gebied, bleek er dit keer brand te zijn uitgebroken in de zone. Het Red forrest had vlam gevat, dus werden bezoekers én medewerkers gesommeerd het gebied te verlaten. Het betekende het einde van de reis, die Binne en zijn metgezellen terugvoerde naar Kiev waar nog altijd de bijna ongebruikte hotelkamer wachtte. “Lekker douchen. Eindelijk! Dachten we nog”, lacht hij. “Helaas was Kiev getroffen door een hittegolf en had de burgemeester van de stad besloten sommige stadsdelen af te sluiten van het water. Geen douche dus.” Wat een grotere anticlimax was? Dat weet de fotograaf nog niet. Wel wil hij nog eens terug naar Tsjernobyl. “Maar dan in een ander jaargetijde”, besluit hij. “In de herfst of de winter. Dan zijn de kleuren anders en krijg je een heel ander beeld. Bovendien is alles achteraf ook best snel gegaan. Nu ik –een tijdje later- de beelden terugzie besef ik pas waar ik ben geweest en realiseer ik mij hoe bijzonder deze roadtrip is geweest.” En gelukkig was Binne-Louw Katsma bereidt om een aantal van zijn prachtige beelden te delen met de lezers van de Streekkrant. Zodat ook u kunt zien wat hoe voormalig rampgebied Tsjernobyl er tegenwoordig bij ligt.

Foto’s: Binne-Louw Katsma, www.binnair.nl