MiniKul – week 15 ‘14

In het begin van ons trouwen hadden mijn vrouw en ik nog geen rijbewijs. Dat kwam pas na een jaar of vijf aan de orde, toen we ons een beetje hadden gesetteld en ervoor hadden gespaard. Ik was toen 26 en een rijles kostte naar ik meen zes gulden vijftig per uur, wat neerkomt op € 3,–!  Je verdiende weliswaar veel minder maar ook alles was veel goedkoper dan nu, behalve, merkwaardig genoeg, televisies. Onze eerste tv kostte rond 1100 gulden oftewel 500 euro, een rib uit ons lijf. (Dat was een tv in zwart-wit; kleur kwam pas veel later op de markt; eerst moest de zwart-wit markt worden drooggemalen; wat dat betreft is er niks veranderd.) Iets wat je graag wilde hebben, een koelkast bijvoorbeeld, daar moest je als modaal gezin echt voor sparen – op afbetaling kopen werd nog amper gedaan.
Zelf haalde ik mijn rijbewijs in met nu vergeleken korte tijd – na een les of tien. Ik moest op een zaterdagmorgen om 9.00 uur afrijden, met letterlijk en figuurlijk geen hond laat staan auto’s op de weg. Zelfs een blinde had mijn rijbewijs om deze tijd kunnen halen. Theorie legde je mondeling af en als je een beetje soepele examinator had, ach dan kon dat niet misgaan als je de avond tevoren het theorieboekje nog eens goed had doorgenomen. Voor mijn vrouw en mij op rijlesgebied dus geen bloed, zweet en tranen.
Onze kinderen hebben we als ouders en nu grootouders altijd als een soort traditie op onze kosten rijlessen laten nemen. De kinderen van mijn dochter hebben dat roze papiertje dat nu tot een plastic kaartje is gereduceerd, al weer een hele tijd. Mijn zoon was op dat terrein een laatbloeier; zijn oudste zoon is pas 17 geworden, de jongste is 11. De zeventienjarige heeft als verjaardagscadeau gekregen, dat hij op onze kosten rijlessen mag nemen. Tot en met het examen. Inderdaad, dat zal veel en veel meer dan mijn destijdse zesenhalve gulden per uur gaan kosten. En na twaalf, dertien lessen examen doen zit er natuurlijk so wie so niet in. Maar we handhaven de traditie gráág. Als de nu 11-jarige kleinzoon de rijlesgerechtigde leeftijd heeft bereikt, hopen we dat ook nog te kunnen doen, mits de dan regerende coalitie én het pensioenfonds ons pensioentje niet verder uitholt. Ik vrees echter met grote vreze. Aan door ons te betalen rij-lessen voor onze drie achterkleinkinderen (vier jaar, een jaar, en de jongste van vier maanden) zullen we echter hoe dan ook niet meer toekomen. Maar aan alle tradities komt een einde, toch?
Henk Hendriks