MiniKul – week 19 ‘15

Ik ben in de stad Groningen opgegroeid, dat hoor je aan mijn accent. Een beetje knauwen en de n inslikken. Dat is een dialect, wat toch iets anders is dan Streektaal, in het Grunnens met oa, in het Drents met ao en in het Fries schrijf je volgens Wikipedia gewoon ‘taal’.  Ik vind het prima als mensen met een dialectisch randje spreken. Niks mis mee, als je je maar verstaanbaar kunt maken. Bij Friezen is dat soms wat moeilijker, het is – volgens hen die het weten kunnen – dan ook een ‘échte’ zelfstandige taal. De meeste Friezen zijn ook in dat opzicht zeer zelfbewust. Ze spreken hun taal altijd, gepast of ongepast. In militaire dienst had ik een Fries als slapie waarmee ik in een wat je noemt één op één gesprek goed overweg kon, maar die meteen Fries begon te praten zodra er een provinciegenoot van hem bij kwam. Dat noem ik niet taal- en zeker niet afkomstbewust, maar gewoon onbeschoft. Streektaal oftewel dialect zal over een jaar of veertig helemaal verdwenen zijn, beweren taaldeskundigen. Voor wat het Fries betreft betwijfel ik dat echter ten zeerste.
Leven en laten leven, is mijn motto dus wie ‘plat’ of ABN wil praten, die gaat zijn of haar gang maar. Meer zorgen, nou ja: zorgen?, maak ik me over de toekomst van het officiële Nederlands. Dat komt steeds meer onder druk te staan doordat er steeds meer Engelse woorden insluipen. En daar ‘strijdt’ de  Stichting Nederlands fervent tegen. Ze beschouwt dat als een ongewenste ontwikkeling die uiteindelijk zal kunnen leiden tot de teloorgang van de Nederlandse taal. En hoewel ik geen taalpurist ben, sta ik daar helemaal achter.
Steeds meer Engelse woorden raken hier ingeburgerd, vervangen en verdringen lang bestaande Nederlandse woorden. Zoals meeting voor vergadering. Efficiency voor doelmatigheid. En vul verder maar aan. Onze Vlaamse buurt-belgen zijn daar veel puurder in. Nog altijd vind ik hun woord ‘likstokje’ voor  lolly een schitterend voorbeeld van hoe het ook kan. Ik begrijp daarentegen best dat bepaalde  uitdrukkingen uit de nieuwste technologie niet of moeilijk in het Nederlands te vertalen zijn zonder lachwekkend te worden. So be it – dat moet dan maar. Ik stop, want mijn vrouw meldt me dat ze gaat funshoppen. Dan kan ik mooi naar de barbershop voor een haircut. Maar ik neem dan eerst nog ‘one for the road’, eentje voor onderweg om het af te leren. Kijk, díe Engelse uitdrukking vind ik bij uitzondering toch mooier dan de Nederlandse…
Henk Hendriks